Sporten is niet sociaal, toch?

Laatst in het zwembad had ik een kort gesprek met een collega-zwemmer. Zo’n eentje van het sociale soort: beetje zwemmen en vooral veel kwekken. Niks mis mee, over het algemeen ben ik ook wel in voor een praatje. Maar dan wel vóór of ná het trainen, NIET NIET NIET tijdens. Want dan ben ik bezig en dat wil ik niet in de war laten schoppen door een omstander, zo’n eentje van het sociale soort. De sociale zwemmer had dat gelukkig in de gaten, zo bleek achteraf.

Voordat ik jullie meeneem naar dat sociale moment, moet ik eerst even toelichten hoe ik doorgaans train. Dat is tamelijk planmatig. Van tevoren bedenk ik wat ik wil doen: hoe voel ik me, wat kan ik aan en vooral ook waar heb ik zin in? Om er maar eens een slechte slogan tegenaan te gooien: goed voorbereid start ik mijn strijd. Sinds ik stoere sportvrouw ben, heb ik nog meer structuur aangebracht. Ik plan namelijk al mijn sportmomenten een maand vooruit.

Ik houd dus van planmatig en doelgericht trainen, niet te verwarren met dwangmatig en prestatiegericht. En dat brengt me weer bij dat sociale moment. Na 45 minuten tikte ik voor de 40e keer een baantje af. ‘Zo zeg, jij had er zin in’, verzuchtte de sociale zwemmer. Nog flink hijgend en vol adrenaline vertelde ik over mijn doel om voor het eerst een kilometer te zwemmen en dat ik blij verrast was dat ik daar slechts 45 minuten voor nodig had.

Het leverde een leuk gesprek op waarbij we positief verbaasd waren over elkaars benadering. Ik ontkende in alle toonaarden dat ik prestatiegericht was, maar op de fiets naar huis realiseerde ik me dat het ergens toch wel klopt. Ik ben dol op statistieken en word heel blij als ik mezelf verbeter. Bijvoorbeeld met die hoog-laag plank: begin april perste ik er net 5 uit, nu kan ik er moeiteloos 15 en soms zelfs 20. Daar word ik blij van.

Gelukkig hangen mijn vreugdemomenten in het leven niet uitsluitend af van mijn sportprestaties, in tegendeel! Toevallig vind ik sporten wel heel erg leuk en haal ik er heel veel plezier uit, maar dat betekent niet dat mijn leven ervan afhangt. Dikke prima als ik mijn zwem-PR verbeter, maar als ik morgen na 30 baantjes geen puf meer heb of 10 minuten langer doe over die kilometer, dan is dat zo. Sporten is voor mij de slagroom, mezelf verbeteren is de kers.

Wat ik nou wil met dit betoog? Ik ben benieuwd hoe jij naar je eigen sportgedrag kijkt. Herken je iets in mijn verhaal, draait het bij jou wel meer om de prestatie of ben je juist meer de sociale sporter? En hoe flexibel ben jij met het annuleren of verplaatsen van je geplande training? Zelf heb ik daar niet zo’n moeite mee, hoewel het niet zo heel vaak voorkomt. Maar wat doe jij als je eigenlijk wilt hardlopen en een vriendin vraagt je voor een drankje?

Liefs,
Kirsten

Kirsten Vogd

Onze interviewer, verhalen verteller, stoomtrein en clown. Kirsten gooide begin 2016 haar leven over een andere boeg en verruilde de sportschool voor de buitenlucht. Ze leerde hardlopen en rekende af met haar (niet meer) chronische aandoening fibromyalgie.

2 Comments
  1. Nou Kirsten,
    Bij mij niet kletsen tijdens mijn rondje krachttraining aub. Dan heb ik de oefeningen en de rust ertussen vooraf bedacht. Als ik tussendoor klets is de effectiviteit weg. Als ik op de crosstrainer sta, stoor me dan gerus dan gaat de tijd wat sneller. Behalve als ik interval doe.

    Wat betreft me houden aan mijn schema. Het moet wel gek lopen wil ik me er niet aan houden. Een vriendin moet maar even wachten tot ik gesport heb. Een goede vriendin begrijpt dat. Mijn gezin gaat uiteraard wel voor.

    Ook ik houd ervan als ik mezelf verbeter maar ga niet in een hoekje zitten huilen als het een keer wat minder gaat, dat is dan maar zo.

    Dat was het wel zo’n beetje. Er zijn dus meer mensen zoals jij 😉

    Groetjes Femke

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.