Voor het eerst weer op de fiets

Fietsvrouw voor het eerst weer op de fiets

We kennen onze Vlaamse blogster Sandra als hardloopvrouw, maar ze fietst ook! Nou ja, ze heeft een racefiets die maandenlang in de schuur gestaan heeft. Samen met een vriend stapte ze voor het eerst weer op de fiets, en dat was best even wennen.

Zo. De Ottonenlauf is achter de rug, de looptrainingsschema’s mogen weer even de kast in. Hoog tijd voor die andere hobby: fietsen. Eerlijk, ik heb dat fietsen wat verwaarloosd de afgelopen maanden, ik geef dat grif toe. Ik heb zelfs mijn fiets wat verwaarloosd, het slijk van een rit van een paar maanden terug hangt er nog altijd aan.

Ik was eigenlijk zinnens om eerst wat te bekomen van alle sportieve inspanningen die ik tijdens de vakantie leverde, om na wat rust weer de fiets op te stappen. Kwestie van mijn spieren wat rust te gunnen, na al dat hardlopen, lopen en over rotsen klauteren tijdens die heerlijke vakantie.

 

Trainen voor het fietsweekend

Echter, feit is dat ik eigenlijk geen tijd heb om te rusten. Want binnen enkele weken staat het fietsweekend met de Fietsmadammen al op het programma. En ik heb de laatste weken/maanden echt veel te weinig gefietst. Hoogdringend tijd om daar toch wat aan te gaan doen! Dus ja… toen een vriend vroeg om te gaan fietsen, zei ik eigenlijk zomaar onnadenkend “ja” en zou ik na maanden voor het eerst weer op de fiets zitten.

De afspraak was om 9u30. Ik zag het zitten. Dat was tot we ongeveer 10 kilometer gereden hadden en mijn ketting ging ratelen. Oepsie. Uitklikken (ha!) en stoppen dus maar. Na een kort nazicht bleek er niets aan de hand, en kreeg ik als tip dat ik niet zo laag moet schakelen. Dat lager rijden wel eleganter is, maar dat ik met al die kracht in mijn benen dat eigenlijk niet nodig heb. Ja goed, zo kan je het ook omschrijven dus. Door dus, dan maar niet-elegant.

 

Vastklikken en uitwijken

Dat klikken is en blijft anders wel een dingetje. Ik vergeet nu niet meer dat ik aan mijn fiets vasthang, maar ik klik mij toch graag ruim op tijd uit. Wat lastig is, als je met iemand meerijdt die last-minute beslist hoe we gaan rijden. “Hier naar rechts”, waarna hij links inrijdt. De stress!

En toen moest de kaderkat nog komen! De kaderkat ja! Zo’n gevlekte tijger die plots uit de haag sprong, en die denk ik door het kader van mijn fiets gesprongen is. Het kan bijna niet anders. Want die kat en ik, wij konden elkaar eigenlijk niet meer ontwijken, en toch heb ik ze niet geraakt. En zij mij niet. Een gelukje, anders had mijn fietspartner mij van de grond mogen schrapen.

Maar verder reed het wel fijn. Eerst langs de Zennedijk en zo door naar de Rupeldijk. Via het pittoreske Klein-Willebroek ging het dan weer naar de Sluis van Wintam, en de mooie Scheldedijk, richting Temse.  Daar reden we onder de Temsebrug door. De landsgrens en Hulst zal voor een andere keer zijn, anders geraakten we vrees ik niet voor het donker thuis.

En we zagen ook heel veel vogels. Het is te zeggen: vogelnamen op straatnaambordjes. Want inderdaad. Hier naar rechts, en toen reden we de Vogelwijk in. Ik zei het al: hij kent de weg. Echt! Maar ik klaag niet, want ik heb maar te volgen en mee te fietsen, en dat is eigenlijk geweldig fijn.

 

Het fietsen niet verleerd

En ja, ik kan het dus nog, dat fietsen.  Dit moet mijn eerste rit ooit aan 25km/u gemiddeld zijn, en we hebben toch zo’n 75 kilometer gereden. Met dank aan mijn fietspartner natuurlijk ook, die mij toch wel net een tandje hoger liet schakelen, figuurlijk dan.

Mijn benen lieten zich daarna wel voelen, maar dat mag ook. En er zit toch nog wel een beetje reserve, het kan nog altijd beter. Gelukkig maar, want ik zal met die Fietsmadammen binnenkort nog een stukje verder moeten dan 75 kilometer om in Zeeuws-Vlaanderen te geraken. Op naar de volgende rit dus!

 

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.