‘Kan jij een stukje schrijven over hoe sport juist geen gevecht met jezelf hoort te zijn en dat je pas goed wordt als je voor jezelf zorgt?’ vraagt Rose aan mij. Dar vraagt ze me nogal wat. Een paar jaar geleden had ik daar negatief op moeten antwoorden. No way dat ik had kunnen zeggen dat sporten geen gevecht met mezelf was.

Ik was moe, altijd maar moe. Ik ben toen ziek geweest en nooit meer helemaal daarvan hersteld. Tien minuten fietsen was soms al teveel. Dan kon mijn vriend mij, al snikkend. naar huis duwen. Het toppunt bereikte ik toen ik niet meer kon zwemmen. Als ik niet kan zwemmen, dan is er echt iets goed mis met mij. Ik had nergens geen zin meer in. Wat had het voor zin om nog mijn loopschoenen aan te trekken, de fiets op te stappen…laat staan mijn zwembrilletje op te zetten? Het ging toch allemaal niet. Ik ging bij de pakken neerzitten en gaf het op.
De negatieve spiraal ontstond. Het plezier in het sporten verdween. Ik liep chagrijnig rond bij de wedstrijden die ik dan toch nog wel deed, omdat dat – in mijn beleving – zo hoorde. Maar ik was ontevreden, met mijn prestaties, met mijn inzet, met alles.
Geheel onterecht natuurlijk…maar zo voelde ik dat toen. Ik geloofde er in dat het nooit meer goed zou komen en dat mijn lijf ‘gewonnen’ had. Een echte oorzaak is nooit gevonden en nog altijd ben ik moe. Maar er is wel degelijk wat verandert.

 

Ik denk dat de omslag is gekomen door een gelukkige samenloop van omstandigheden. Omdat ik zo druk was met een master studie tot Kinderfysiotherapeut had ik minder tijd om te sporten. Niet verkeerd, want én sporten én studeren is voor de meeste mensen al best zwaar, maar voor iemand die chronisch vermoeid is het helemaal een opgave, ik vond het enorm zwaar.

Het lukte toen om afstand te nemen van het wedstrijdelement en het moeten presteren van mijzelf. Dankzij mijn vriend bleef ik gelukkig wel in beweging: “Kom, even eruit en een frisse neus halen. Al is het maar 10minuten!” zei hij altijd tegen me. En juist die momentjes ben ik zo gaan waarderen. Ik genoot ervan om even de wind in mijn haren te voelen.

 

Tegen het einde van mijn studie durfde ik weer over doelen na te denken, ik wilde wel een halve triathlon proberen. En terwijl ik dat bedacht schoot ik ook al weer in de stress. Het presteren kwam weer om de hoek kijken. Het woord ‘presteren’ heeft voor mij een negatieve lading gekregen. Presteren voelt voor mij als de beste moeten zijn, podiumplekken halen, sneller zijn dan de rest, geen laatste worden en beter zijn dan de vorige keer.
Allemaal dingen waar ik niet aan kan en wil voldoen. Maar sporten? Dat wilde ik wel. Om mij goed voor te bereiden ben ik op schema’s gaan trainen. Heel langzaamaan bouwden we de trainingen op. En warempel…ik kreeg weer plezier in wat ik deed!
Ik trok mij weinig aan van anderen en hun meningen, want ik kan me nogal snel druk maken om ‘wat anderen wel niet zullen denken…’ en dat heb ik toen niet gedaan. Het feit dat ik ineens weer een uur kon fietsen, dat was al een feestje op zich!
Natuurlijk voelde ik van alles in en aan mijn lijf, maar in mijn hoofd was ik sterker. Die halve triathlon lukte! Wat was het leuk! En guess what…ik was lang geen laatste 😉

 

In de tussentijd veranderde er veel in mijn hoofd. Ik weigerde er in te geloven dat mijn lijf bepaalde wat ik wel of niet kon doen. Er is zoveel meer mogelijk als je je hoofd niet laat hangen. Uit zelfbescherming heb ik altijd geroepen dat ik geen hele triathlon wilde doen, maar na jaren mijn vriend gecoacht te hebben, begon het toch wel ergens te kriebelen. Alleen wist ik niet of het wel mogelijk was voor iemand zoals ik. Ik vroeg het me af en er was geen weg meer terug. “Dit moet mogelijk zijn! Dit is wat ik wil! Ik wil laten zien dat het niet snel hoeft te gaan, dat je er van kunt genieten om 6uur op de fiets te zitten, dat een hele triathlon leuk kan zijn. Ook als je geen topatleet bent!” riep ik uit en ben er voor gegaan.

En net als bij de ene eerste halve na mijn studie heb ik weer genoten. Ik zat uren op de fiets langs schapen, ganzen, paarden, kalfjes…maar ook in zeikende regen, harde wind…

En dat is waarom ik doe wat ik doe, ik voel dat ik leef en besef me dat ik dit allemaal kan, dat ik de vrijheid heb te genieten en nieuwe wegen te ontdekken, waar ze ook gaan door de bloemen, de velden of het bos.

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.