De beste in de laatste zijn

de langzame hardloper

In het weekend waarin veel hardlopers in Rotterdam aan de start stonden, koos Sabine voor de lokale Dijkloop in Koedijk. Het was haar laatste wedstrijd vorig jaar, toen werd ze ziek. En het werd haar eerste wedstrijd sinds dat moment.

Vorig jaar heb ik na de Dijkloop besloten geen grote evenementen meer te doen. Die kostten me letterlijk teveel energie. De Dijkloop vond ik wel heel leuk. Ik eindigde in de achterhoede maar dat kon me voor het eerst niet boeien. Zolang ik maar geen laatste werd.

 

Hardlopen op een zacht en langzaam pitje

Omdat het zo leuk was vorig jaar, wilde ik de Dijkloop dit jaar weer doen. Het hardlopen staat op een zacht en langzaam pitje. Het kost me nog veel mentale energie. Maar dit loopje gaf vorig jaar energie en dus schreef ik me in.

In de aanloop waren er wel wat monsters in mijn hoofd. Zo erg zelfs, dat ik 3 weken geleden nog heel hard, na 2 km hardlopen onderweg naar de bootcamp, riep dat ik die Dijkloop niet ging doen! Het lukte me niet, hardlopen. Om vervolgens op de terugweg van diezelfde bootcamp wel ‘makkelijk’ terug te lopen. Langzaam, maar wel aan één stuk en met een tevreden gevoel.

 

Wat stress weg lopen

Diezelfde week deed ik 5km in mijn eentje. Puur om wat stress weg te lopen. Het ging wonderbaarlijk goed. Langzaam, maar zonder monsters in mijn hoofd. Dat gaf vertrouwen. Mijn vriendin Astrid – niet te verwarren met de Astrid van hier – constateerde terecht dat het tussen m’n oren zat.

Vol goede moed ging ik die zondag op pad richting de Dijkloop. Astrid schoof na de start in om, net als vorig jaar, mijn tempobepaler te zijn. Na nog geen 500 meter wilde ik al stoppen. Mijn benen liepen direct vol. Of was het mijn hoofd dat vol liep met monsters.

>>Beginnen met krachttraining met deze oefeningen

 

Niet vertrouwen in mezelf

Had ik de dag ervoor niet een stuk moeten fietsen? Ik liep al direct achteraan, als laatste. Bij een klein lokaal loopje is die kans groter. De bezemfietsers achter me bevestigden dat. Daar legde ik zelf de basis voor de hele wedstrijd besefte ik achteraf. Niet vertrouwen in mijzelf en in mijn kracht.

Tegen mijn eerste ‘monster’ zei Astrid dat het goed zou komen. Ik moest gewoon mijn eigen tempo lopen en me niet gek laten maken. Ze kent mij én mijn sportmonsters als geen ander. Als ik dit tempo vast zou houden, dan zou ik volgens haar nog wel iemand inhalen. En ik moest mezelf vooral niet gek maken.

>>Even niet kunnen sporten? Ga wandelen!

 

Kleine stapjes de heuvel op

Ze kletste over van alles en nog wat: van de Rotterdam Marathon naar mijn ademhaling die ik onder controle moest houden. En dat ik kleine stapjes de heuvel op moest. En of ik nog wist hoe ik me vorig jaar stuk liep op een hobbel onderweg en ik daarna alsnog een sprint eruit perste.

Elk monster dat ik met haar deelde, drukte ze standvastig de kop in. Wat was het fijn dat ze meeliep om meerdere redenen. Bij iedere stap voelde ik mijzelf langzamer worden. Ik merkte ook dat het me niet boeide dat ik achteraan liep. Voor het eerst zat het me niet dwars. Daardoor voelde ik me niet opgejaagd. (lees verder onder de afbeelding)

>>Blue Run Day – The Story of my Life

Alles deed pijn

De persoon voor mij had ons blijkbaar als motivatie om niet op te geven. Telkens als hij langzamer ging en ons hoorde, kwam er weer een kleine versnelling. Normaal zou ik me daar aan storen, nu kon ik het loslaten en was plots ook dat laatste zijn geen probleem meer. Sterker nog, weet je hoeveel aanmoediging je krijgt als je op die positie loopt?

Tegelijkertijd vroeg ik me af waar die leuke onbevangen loop van vorig jaar was gebleven. Waarom is die dijk dit jaar zoveel langer dan vorig jaar? De bocht lijkt maar niet te komen. Op 750 meter voor de finish was het klaar, alles deed pijn. Ik wilde gewoon echt niet meer.

>>De 30 van Zandvoort: de stap die ik niet had willen missen

 

Opgeven is geen optie

Ik kan het niet maken, Astrid liep al die tijd naast me. Nu opgeven is geen optie, want waarom heb ik anders doorgelopen? “Ik wil niet meer”, schreeuwde het in me. Tot ik me realiseerde wat ik de afgelopen periode in therapie geleerd. Hoe harder het verzet, hoe zwaarder het wordt.

Welk gevoel maakte dat ik hier aan de start stond en dat ik niet stopte? Oh ja dat gevoel dat je over de finish komt. Met welke tijd dan ook. Dat gevoel van de overwinning op jezelf. Daarom doe je dit. Dus een laatste hap adem, over de laatste ‘heuvel’ heen.

>>Het sporten weer oppakken, klaar voor de start…

 

Overwinningen op mezelf

Fysiek gezien was dit niet mijn beste 5,5km. Maar het was er wel eentje met heel veel overwinningen op mezelf. Ik voelde eindelijk de aanmoedigingen bij me binnenkomen. En ik zag de trots van Astrid omdat ik wel doorgelopen was. Nog een laatste sprintje, en van binnen voelde ik me zo trots op het verslaan van mijn monsters.

Ik was de beste in laatste zijn! Opgeven was en is geen optie!

foto’s: Peter Kommas en Anne Muis

2 Comments
  1. DANKJEWEL!! Met opzet in hoofdletters, want wat doet jouw verhaal mij goed.
    Sinds vorige week laten de monsters mij nauwelijks met rust en hoor ik ze niet alleen in mijn hoofd maar ook bij monde van trainers, andere sporters en friends&family.
    Jouw verhaal is voor mij een nieuwe start: ik zal ze weer de kop indrukken óf de kop afhakken (die monsters he)

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.