IJsselloop 2018: mijn eerste hardloopevenement

Vrouw met ballon en medaille na eerste hardloopwedstrijd

Het zweet voel ik in straaltjes naar beneden sijpelen. Ademhaling en hartslag zijn hoog, en mijn neus loopt terwijl ik zelf stil sta. In de brandende zon, wachtend op het startschot van de IJsselloop. Om mij heen alleen maar blije gezichten. En ik sta daar met een droge mond, knikkende knieën en een volle blaas. Want ja, ik ben bizar zenuwachtig voor mijn eerste hardloopevenement.

Ineens komt er beweging in startvak I. Als een stelletje idiote kuddedieren begeven we ons richting start. Mijn Strava staat al aan en stipt bij de startboog activeer ik m’n Polar. Hartslag 132, en dat al bij aanvang! Ik denk aan alle tips die ik heb gekregen in de week voor mijn eerste hardloopevenement en focus op mijn ademhaling. De meute benauwt me, heb het idee dat ik alleen maar in de weg loop en waarschijnlijk doe ik dat ook. Rechts de eerste bocht door wordt het makkelijker, de eerste brug doemt op en daar begint het genieten. (lees verder onder de afbeelding)

In mijn eigen tempo hobbel ik de brug op. Nog geen 5 minuten ben ik onderweg als de warmte me eigenlijk al teveel wordt. “Wat een idioterie dat ik hier op het heetst van de dag als een soort kuddedier iets aan het doen ben wat ik helemaal niet wil doen”, moppert mijn Maarten van Rossem alter ego. Ik probeer me af te sluiten voor de drukte, zowel op de weg als langs de kant. “HEEEEEEEE, daar is ze al!!!!” Ineens hoor ik Rose, die op indrukwekkende wijze een sprintje trekt zodat ze wat foto’s van me kan schieten. Ik grijns en Maarten druipt af.

>>Vergeet dit niet tijdens je training voor een hardloopwedstrijd

 

Ik ben toch maar mooi één van de deelnemers

De adrenaline giert door m’n lijf, dit is echt ZO tof! Met een glimlach van oor tot oor laat ik de eerste brug achter me. Het is ook een stuk rustiger en ineens besef ik dat toch potverdorie maar mooi één van de deelnemers ben. Een groepje toeschouwers staat in de lus richting het park. “Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent”, zing ik ze vrolijk toe. Vrij kort daarna breekt m’n energieke uitbarsting me op. Ik besluit te wandelen en even op m’n ademhaling te concentreren. Hoera, een douche! En verderop een drinkpost. Hartslag zakt en ik zet weer aan.

Al mijn alter ego’s zijn met elkaar in gesprek maar geen een die een zinnig woord kan uitbrengen. Moppersmurf voelt haar bilspier en hamstring, de wiskundige probeert tevergeefs uit te rekenen hoe ver ze al is, André van Duin maakt grapjes en de ware Kirsten omarmt haar innerlijke Maarten van Rossem. “Wat een idioterie dat ik hier op het heetst van de dag als een soort kuddedier iets aan het doen ben wat ik helemaal niet wil doen.” “Jij gaat lekker zo te zien”, hoor ik ineens Astrid die zonder enige vorm van ironie haar constatering doet.

>>Van bankhanger naar sportende moeder

 

Afzien tijdens m’n eerste hardloopevenement

Brug twee is in aantocht en met wat tips van Astrid dartel ik lichtvoetig omhoog. Voor mij doemt de skyline van mijn toekomstige woonplaats op en ik denk terug aan januari 2016. Het was in deze stad waar ik toen het hardlopen heb geleerd. Mijn fijne gedachten worden ruw verstoord als ik wat wandelende deelnemers wil passeren. Ongetwijfeld beïnvloed door warmte en vermoeidheid snauwen ze naar me. Een slingerende fotograaf op fiets maakt het er niet makkelijker op. Ik raak m’n ritme kwijt en de pijn in m’n bil wordt heviger.

En daar is Astrid weer. Zo fijn dat ze de hele loop bij mij in de buurt is en steeds op de goede momenten tips en aanmoedigingen geeft. Een kleine mentale inzinking krijg ik als ze me vertelt dat de lus naar de Welle verder weg ligt dan ik aanvankelijk dacht. Het waterpunt is verfrissend maar voorkomt niet dat het licht uitgaat. Tel daar een aantal onaardige opmerkingen van langs de kant bij op (“Hee wandelkip, het is geen yoga”, aldus een pratende bierbuik met sigaret in z’n handen). Onbewust neem ik die opmerking mee in m’n laatste kilometer. (lees verder onder de afbeelding)

>>Hardlopen met kinderen doe je zo

afzien in laatste kilometer van eerste hardloopevenement

Wat doen al die mensen hier op de Welle? Die zien nu allemaal hoe moeilijk ik het heb! Ik wil stoppen en wandel inwendig vloekend over het asfalt. Het blije hoofd van Astrid trek ik slecht. Mopperend vertel ik haar dat ik pijn heb, dat het niet meer gaat en dat ik er helemaal klaar mee ben. Ineens loopt ook Rose naast me. Geen idee wat voor nare dingen ik haar gezegd heb. Wat een ellende, ik ben kapot en wil naar huis. Volgens m’n Polar ben ik al 35 minuten onderweg. Nog 500 meter te gaan. Het motiveert me om toch weer te rennen.

>>Ken jij deze voordelen van hardlopen in de avond

 

Vijf meter voor de finish sta ik stil

Voor de laatste bocht stort ik in. Althans, zo voelt het. Ik wandel weer en luister niet meer naar Astrid. “JE BENT ER BIJNA!” Schreeuwt ze nou werkelijk of word ik net op tijd alert? Ik zet aan en snak naar drinken. Vijf meter voor de finish sta ik stil. “Nee Kirsten dit kan ècht niet, dáár is de finish!” Nu schreeuwt Astrid wel. Nog een laatste inspanning en dan ben ik er. “Wat een ellende”, verzucht ik, dit keer hardop. Ik weet niet of ik eerst wil plassen, poepen, hyperventileren of overgeven. Het worden tranen. Zelden heb ik zo genoten van een flesje sportdrank. Langzaam land ik weer op aarde. (lees verder onder de afbeelding)

’s Avonds thuis op de bank laat ik de dag nog eens aan me voorbij gaan, en vooral ook mijn gevoelens en gedachten erbij. Want ik vond het oprecht niet tof dat al die mensen langs de kant zagen hoe ik aan het instorten was. Inmiddels realiseer ik me dat het te maken heeft me de kwetsbaarheid die ik daar uitstraalde. Iets teveel omgevingsbewust ook in plaats van me te focussen op waar ik mee bezig ben. Van tevoren wist ik dat ik slecht voorbereid was. Sinds september heb ik door allerlei grote en kleine omstandigheden niet lekker kunnen lopen. En dan toch meer verwachten…

>>Zijn goedkope hardloopschoenen goed genoeg?

 

Laat mij maar om m’n huis lopen

Als enorme groentje in de wondere wereld van hardloopevenementen weet ik één ding heel zeker: dergelijke loopjes werken voor mij niet extra motiverend. Hartstikke leuk om af en toe eraan mee te doen hoor, want de sfeer en gezelligheid is echt top. Maar heel eerlijk? Laat mij maar gewoon rondjes om m’n huis hardlopen. Lekker in m’n eigen tempo, wanneer ik wil en vooral ook wanneer ik niet wil. Vanaf volgende maand woon ik in Deventer. Grote kans dat ik het rondje van de IJsselloop dan nog een keer doe. Astrid, ga je mee?

-Kirsten-

Stoere Vrouwen Sporten Shop

Kirsten Vogd

Onze interviewer, verhalen verteller, stoomtrein en clown. Kirsten gooide begin 2016 haar leven over een andere boeg en verruilde de sportschool voor de buitenlucht. Ze leerde hardlopen en rekende af met haar (niet meer) chronische aandoening fibromyalgie.

1 Comment
  1. Goed gedaan Kirsten! Alleen als ik op de welle sta aan te moedigen zie ik geen mensen voorbij komen die aan het instorten zijn. Maar ik zie mensen die allee volledig kunnen geven om een stuk hard te lopen, die stuk durven te gaan en dan toch nog door kunnen vecht om de eindstreep te kunnen halen. Ik zie mensen die een doel voor ogen hebben en daar helemaal voor gaan.
    Veel plezier met je rondjes in Deventer!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.