Marieke: trainen uit gewoonte of discipline?

Marieke in hardloopkleding, ze is begonnen met hardlopen op haar 40e

Elke sporter traint, en sommigen doen ook wedstrijden. Ik doe dat ook, maar ook weer niet. Ik loop ook mijn snelle ‘loopjes’. Al hoor ik niet bij de race of wedstrijdlopers, maar trainen doe ik wel. Trainen is wat ik doe omdat ik eigenlijk niet anders weet.

Dertig jaar lang heb ik – tijdens het seizoen – één keer in de week getraind. Voor hockey. In het weekend speelde ik een wedstrijd en trainen hoorde erbij. Zo ben ik opgegroeid. Het was het voorbeeld wat ik kreeg. Van mijn ouders die hetzelfde deden. Dus ik trainde wekelijks, ook als er maar twee van het team waren en ik dus voornamelijk met een ander team trainde. En soms ging ik ook niet, ik speelde op een laag niveau dus het was niet verplicht. Dan was ik moe, lui of het regende te hard.

 

Beginnen met hardlopen op je 40e

Toen ik tegen de 40 liep, ging ik hardlopen. Ik was inmiddels zoveel sportiever geworden, speelde nog altijd hockey en ging trainen voor de 5 km. Later werd dat de 10 kilometer van de CPC. Een wedstrijd in mijn eigen stad. Zo had ik naast mijn hockeytraining ineens ook hardlooptrainingen. En natuurlijk de ritjes op de fiets, naar training toe en dan weer terug.

En wat was ik fit! Ik zat ontzettend lekker in het ritme van trainen, werken, gezond eten en slapen. Trainen uit gewoonte noem ik dat, zo’n ritme. Vaste trainingsavonden, waar je dus dingen voor mist. Borrels op je werk, verjaardagen, avondjes film. Er stond al iets in mijn agenda.

 

Meedoen met de CPC loop

Die CPC was zwaar. Eerst kreeg ik mijn ademhaling niet onder controle. En toen had ik pijntjes, die steeds erger werden. Het was warm, en begin maart is dat pittig. Mijn lichaam was gewend aan de trainingen in de kou. Niet om water te moeten drinken tijdens een wedstrijd. Waarom doe ik dit? Ik nam mezelf voor dit nooit meer te doen.

Maar dat duurde niet lang. Want ik werd aangemoedigd en gefotografeerd door clubgenoten, omdat ik een clubshirt droeg. En ik liep met mijn nieuwe vriendinnen, van de loopclub. Na de finish hoorde ik zoveel mooie verhalen. Gingen we samen eten en natuurlijk naar de snelle Afrikanen bij de halve marathon kijken. Dat hardlopen was echt gaaf.

 

Hardlopen bij de atletiek vereniging

Daarom werd ik lid van de hardloopclub en trainde door. Eerst bij een rustige groep, twee keer in de week in een rustig tempo. Niet te ver en met een klassiek geschoolde, strenge trainer. Maar de helft van mijn zeven nieuwe vriendinnen zat alweer bij een andere groep, met een heel andere trainer. Drie keer in de week trainde hij. Snel, ver en veel paadjes door het bos en de duinen.

Langzaam schoof ik door naar die groep. Dat was vaak zwaar, soms te. Hij was heel aardig, kwam soms bij me lopen om even te checken hoe het met me ging. De afstanden gingen omhoog, omdat er veel waren die voor halve marathons trainden. We gingen naar duurlopen op zaterdag van 12 tot wel 18 kilometer.

Dat kon ik aan, want inmiddels was ik gestopt met hockeyen. Een rugblessure had me gedwongen te keepen, maar dat was ik na een half jaar zat. Rennen wilde ik! En rennen deed ik. Ik trainde uit gewoonte twee keer in de week, eigenlijk net als bij hockey.

 

Van training een gewoonte maken

Discipline heb ik niet. Maar een gewoontedier ben ik wel. Ik eet soms te veel, drink graag een wijntje of meer. Maar trainen doe ik gewoon elke week. Dus mijn vriendinnen en ik, we stoomden door. We gingen naar de Bruggenloop, vijftien kilometer in mijn werkplaats Rotterdam. Met mijn collega’s, ik liep zelfs met mijn baas op! Tot ik door kreeg dat ik veel te hard was gegaan voor mijn kunnen. Zo wilde ik geen halve marathon lopen, dit was te zwaar en deed teveel pijn.

Ik moest meer trainen dacht ik. Dus ik gaf me op voor de halve marathon van Vlieland en ging drie maanden van te voren drie keer in de week trainen. Op tijd naar bed op vrijdag, max twee wijn want zaterdag was de verre duurlooptraining. En eerder weg van mijn werk op maandag en donderdag, mijn trainingsavonden. Het werd een gewoonte.

 

Hardlopen en blessures

Maar het ging niet. Ik had teveel pijn in mijn rug en heup. Ik moest toegeven, die halve van Vlieland, dat werd een tien kilometer. Gelukkig kan je dat op Vlieland nog op de dag zelf omzetten. Dus twee keer in de week trainen. Die halve marathon, die kwam nog wel een keer.

De fysio loste de blessures op dus ging ik er een jaar later voor. Vanaf 1 mei, drie keer in de week, drie maanden lang trainen. Op gewoonte. En ja hoor, ik liep in 2014 mijn eerste halve marathon. En in de winter trainde ik wat minder. Dat gaf niks, want het volgende jaar trainde ik gewoon weer drie keer in de week vanaf 1 mei. En dus liep ik weer die halve marathon, zelfs een minuut sneller dan de vorige.

 

Trots op mezelf

Wat was ik trots. Ik, de luie, ongedisciplineerde van de familie, liep ineens ook halve marathons! Mijn zussen liepen al marathons voor ik begon. Maar ik dacht dat ik dat niet kon. Niet genoeg discipline. Maar ik kon wel op gewoonte trainen! Of is dat toch discipline?

Dit is de laatste van drie blogs die Marieke schreef voor onze schrijfwedstrijd. Lees ook haar eerste en tweede bijdrage voor de schrijfwedstrijd.

Hardloop ketting Love to Run

 

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.