Mijn liefde voor de wielrennerij is nog maar pril, maar zoals dat gaat met prille liefdes is hij heftig. Het voelt alsof deze liefde nooit meer uit mijn leven gaat verdwijnen. Ik laat geen gelegenheid onbenut om mijn nieuwe aanwinst uit de schuur te halen en in rap tempo te gaan dwalen in mijn omgeving. Bij thuiskomst poets ik dat het een lieve lust is en verslind ik de fietscommunity’s  die op het web te vinden zijn. 

En toch kleurt mijn roze fietswolk af en toe een klein beetje grijs.  Zo was ik afgelopen zomer op vakantie in de Franse Vogezen. Met alleen de Montferlandse bultjes in de achtertuin mag je me verre van een klimgeit noemen. En toch kriebelde het in mij om grootser te willen, zwaarder. Dus moest en zou ik de Grand Ballon (de hoogste bult van de Vogezen) bedwingen. Vele diehard wielrensters zullen nu waarschijnlijk denken: 1400 meter, eitje. Voor mij een bucketlist dingetje.

Dus stapte ik op een ochtend in de vakantie al vroeg op mijn witte ros en bedwong ik de eerste klim op weg naar het einddoel. Hijgend kwam ik over het eerste deel van de klim. In mijn kielzog manlief en kinderen in de auto. Zij supporterden mij naar grote hoogtes. En zo bedwong ik ook het tweede en het derde klimmetje.

Lange tijd fietste ik en fietste ik zonder dat het echt pijn deed. Tot zo’n anderhalve kilometer voor het eindpunt. Ik begon het echt te voelen in mijn benen. In bijna het kleinste verzet trapte ik omhoog. En toen ik, na de laatste bocht de top van mijn einddoel in het oog kreeg voelde ik een soort van overwinning.

Bij het bord van de Grand Ballon moest natuurlijk een foto komen. Samen met mijn twee kleine supporters poseerde ik vol trots. Bucketlist dingetje doorgestreept en terug naar de camping.

Nog een klein stukje bult op voor de lange afdaling zou beginnen. Ik klikte mijn linkervoet in het pedaal en zette iets aan. Mijn rechtervoet wilde niet helemaal mee en al prutsend verloor ik snelheid. Ik voelde dat ik begon te kantelen. Tergend langzaam zakte ik richting asfalt waar ik toch nog met een redelijk smak op terecht kwam. Knie kapot, elleboog kapot,  zelfvertrouwen een deukje. Nooit eerder was ik gevallen.

Ik ben Monique Rademaker (40). Wielrenster, mtb-er, hardloper, beginnend triatleet. Op het gebied van sport een rupsje nooit genoeg. Onrustig karakter dat in veel dingen weer nieuwe kansen/mogelijkheden ziet. Legobouwend met twee stoere, kleine jongens kom ik tot rust.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.