Sarah: Trainen met een doel

Dit jaar heb ik meerdere doelen, met eigenlijk één hoofddoel. Op het podium staan bij de EBERL Chiemsee Triathlon, het Duitse kampioenschap voor doven. Voor ik aan dit kampioenschap deelneem, heb ik nog een aantal andere wedstrijden gepland staan. Waaronder een zwemmarathon.

Vroeger trainde ik gewoon naar mijn zin. Als ik zin had om te zwemmen, ging ik zwemmen. Had ik geen zin meer? Dan stopte ik. Of ik deed zonder problemen ongetraind aan wedstrijden mee. Maar deze keer pak ik het anders aan. Omdat ik tijdens deze triathlon te maken krijg met hoogte en hoogteverschil op de route. Alleen al door de hoogte zal mijn hart sneller gaan kloppen, en ik zal dus ook sneller mijn anaerobe drempel bereiken. Daarom wil ik mij dit jaar goed voorbereiden.

Trainingsplan

Mijn trainingsplan heb ik zelf bij elkaar gepuzzeld op basis van de volgende vijf trainingsprincipes:

  • overload
  • supercompensatie
  • specificiteit
  • reversibiliteit
  • afnemende meeropbrengst

Tijdens het schrijven van mijn plan heb ik dus rekening moeten houden met de manier van mijn training, prikkels en rust. En dit moest ik ergens tussen mijn schoolrooster en werk proppen. Dit was en is nog steeds het grootste obstakel. Over de trainingsleer zijn al een hoop goede boeken geschreven, dus vertel ik jullie liever hoe een week van mij eruit ziet.

Zwemmen, waterpolo, hardlopen, fietsen en rust

Sinds het buitenbad weer open is, zwem ik iedere ochtend. Voor mij is dit de perfecte start in de dag; frisse lucht, zon en water. De rest van de week is volgens het volgende schema

Maandag: waterpolo.
In de ochtend geef ik meestal mijn armen meer aandacht, om ‘s avonds nog voldoende kracht in de benen te hebben. Die heb ik hard nodig tijdens waterpolo om goed uit het water te komen.

Dinsdag: hardlopen.
Afhankelijk van mijn lessen ga ik in de ochtend na het zwemmen of avonds na mijn werk hardlopen. Het liefst ga ik in de duiden hardlopen om mijn benen in ieder geval een beetje aan het op en neer te laten wennen.

Woensdag: rust.
Vanwege stage en school komt mij woensdag het beste uit om rust te houden.

Donderdag: waterpolo en hardloop intervallen.
Omdat ik in de avond weer naar het zwembad ga, loop ik in de ochtend alleen maar 20 minuten. Maar deze 20 vul ik in met strakke intervallen die ik op het strand loop.

Vrijdag: fietsen.
Ook op de fiets pas ik intervallen toe. Zo heb ik binnen één uur een pittige training. In de avond geef ik zwemles, en ik ga hierna soms zelf het water in.

Zaterdag en zondag: alles.
In het weekend heb ik altijd twee duurritten op het de gepland staan, van tussen de 60 en 100 km per rit. Meteen nadat ik thuis kom trek ik mijn hardloopschoenen aan en ga nog 20 minuten rustig lopen.

Zo, dat is mijn training tijdens een volle week. Tijdens rustweken heb ik de helft van de belasting en een rustdag extra.

Mentaal is het het zwaarst

Op sommige dagen is het lastig om mijn trainingen met school, werk en sociaal leven te combineren. Want ik moet natuurlijk ook nog eten en slapen. En dan heb ik dagen waar ik wakker word en echt géén zin heb. Dat zijn vreselijke dagen. Dan haal ik mij mijn doel voor ogen en probeer mij te motiveren. Dat vraagt veel discipline van mij. Dat is denk ik juist het zware aan de triathlon. Fysiek is het niet zo zwaar, want je kan veel meer dan je denkt. Maar metaal is het zwaar, je moet soms echt doorzetten.

Sarah doet mee met onze schrijfwedstrijd, en dit is haar laatste van drie blogs. Lees je ook haar eerste blog over het ware teamgevoel en haar tweede over perfectie. En laat dan vooral weten of jullie meer van Sarah willen lezen.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.