Kan je je voorstellen dat wij in onze zoektocht naar een nieuwe blogger ontzettend zitten te genieten van de blogs van de vrouwen die reageerden op onze oproep? Wat is het leuk om al die verhalen te lezen! En wat voelen wij ons vereerd dat ze hun verhalen aan ons toevertrouwen. Maar dat doen ze niet alleen aan ons, ook aan jou! Want in de blog-a-long ben jij – de lezeres van onze site – de persoon die bepaald wie er voor ons gaat bloggen. Want jij mag stemmen en de blogger met de meeste stemmen wordt een vaste blogger voor onze prachtige site. 

Vijf bloggers hebben hun verhaal al op de site staan, hun verhalen gingen over fietsen, bootcamp, obstacleruns en andere stoere sporten. De blogger van vandaag vertelt over haar eerste halve marathon, ze heeft haar verhaal over twee blogs verdeelt. Wij stellen aan je voor…

Veerle: dromer  heeft haar hele leven niet het lef gehad om haar sportieve ambities uit te spreken. Durft dat nu eindelijk wel. Wil in 2015 een ½ triatlon finishen. Probleempje? Ze kan amper één baantje in borstcrawl zwemmen, kon na haar eerste ½ marathon twee weken niet lopen en heeft absoluut géén idee waar ze de tijd vandaan moet halen om te trainen. Werkt voor kinderprogramma Zappsport.

 

BLOG 1: Before

Daar gaan we.

Over vier dagen sta ik aan de start van mijn eerste halve marathon. Eigenlijk kan ik het nog steeds niet geloven. Ik ga zondag écht 21 km rennen! Mijn vriend (die met me meeloopt) heeft het over een tijd onder de 2 uur en al droom ik daar stiekem ook van, ik ben al lang blij als ik ‘m uitloop. En dat is geen valse bescheidenheid.

Vier minuten aan één stuk kon ik lopen, daarna deden al mijn gewrichten zo veel pijn dat ik geen stap meer kon zetten. Mijn enkels, knieën, heupen, het leek of ze met grote kracht uit elkaar gescheurd werden. Dagen duurde het voor ik weer hersteld was en de volgende keer dat ik het weer probeerde was het resultaat niet anders, een paar minuten lopen en dan pijn, veel pijn.

Toen de pijn in mijn gewrichten zo erg werd dat ik geen trap meer op kon lopen en zelfs geen pen meer vast kon houden werd het tijd voor mij om naar de fysiotherapeut te gaan (je kent dat wel, een ander stuur je direct naar de fysio of dokter, maar zelf ga je pas als het echt de spuigaten uit loopt).

Hij stuurde me direct door naar de reumatoloog, waar de uitspraak even onverbiddelijk als helder was. Ik bleek behoorlijk hypermobiel. Veel mensen kampen met deze aandoening, maar de gradatie is variabel. Waar de één als een slangenmens een leuk circustrucje kan, komt de ander in een rolstoel terecht. Ik hang daar ergens tussenin. Maar, zei de reumatoloog, ik had geluk. Want aan hypermobiliteit kan je iets doen, aan andere vormen van reuma niet. Het toverwoord bleek ‘trainen’ te zijn.

Dus daar ging ik, met mijn fysio naar de sportschool. Hij schatte in dat ik zo’n twee jaar moest trainen om weer op mijn ‘nul-niveau’ te komen. Twee jaar heel hard werken en dan pas zou ik een belastbaarheid hebben van een ‘gezond’ iemand die nooit sport. Omdat ik het gevoel had dat ik geen keus had, ging ik maar aan de slag. Gelukkig kwam ik er al snel achter dat deze constructieve manier van trainen heel goed bij me paste. Heerlijk was het om met mijn 1 kilo gewichtjes tussen de krachtpatsers te staan, die me met een stalen gezicht aanmoedigden en als ik maar lang genoeg oefende, kwam ik vast wel een keer aan het 2 kilo gewichtje toe. En het werkte, ik had steeds minder pijn en kon steeds zwaardere gewichten tillen.

Toen ik van Amsterdam naar Den Bosch verhuisde kwam ik uiteraard terecht bij een nieuwe fysiotherapeute. Zij vroeg mij in mijn intakegesprek wat ik op sportief gebied nou echt zou willen. Hardlopen, zei ik, maar dat zal wel nooit kunnen met mijn aandoening. Mijn fysio moest een glimlach onderdrukken en vertelde me dat als ik dat wilde, we daar toch voor gingen trainen! Dus daar ging ik weer naar de sportschool, anderhalf jaar, tot ik het eindelijk aandurfde en ging hardlopen. Rustig opbouwen, niet te hard, maar het ging!

Inmiddels loop ik nu zo’n twee jaar, lang niet altijd even fanatiek en regelmatig, maar ik loop. Sinds de zomer ben ik een tandje harder gaan trainen en de resultaten zijn er naar. Zo goed zelfs dat ik me dus ingeschreven heb voor de halve marathon en er vertrouwen in heb dat ik ‘m ga finishen. Van mijn gewrichten heb ik inmiddels steeds minder last, van loperskwaaltjes des te meer, maar daar ben ik stiekem dan wel weer trots op. Na de halve marathon neem ik twee weken welverdiende hardlooprust, maar gelukkig kan ik daarna weer gaan trainen voor mijn volgende wedstrijd!

 

BLOG 2: after

Met een grote kop thee zit ik in een luie stoel bij de Starbucks. Ik kijk naar al die mensen die naar de trein strompelen. Ze hebben allemaal sportkleren aan, een wit stuk plastic om hun schouders tegen de kou en een medaille om hun nek hangen, ze hebben zojuist de halve óf de hele marathon volbracht en de meesten kunnen geen voet meer fatsoenlijk voor de ander zetten.

Voor hoeveel mensen zou het de eerste keer zijn dat ze aan zo’n wedstrijd meededen vraag ik me af. Hebben ze de nacht voor de wedstrijd wel geslapen? Eindeloos hun race in hun hoofd afgespeeld? Ik stel me voor hoe nerveus ik zou zijn bij mijn eerste halve marathon. Dat ik er zo zeker van zou willen zijn dat ik genoeg gedronken had, dat ik elke vijf minuten wel naar het toilet zou kunnen. Waarschijnlijk zouden de helft van die toiletbezoekjes trouwens uit zenuwplasjes bestaan.

Stikzenuwachtig zou ik mijn spullen afgeven bij de balie en verwonderd zijn over hoe goed dat allemaal geregeld is. Dat je een stickertje krijgt om achter je startnummer te plakken, want een garderobelabeltje zou toch echt nooit meer in dat overvolle kleine zakje van mijn sportbroekje passen.

Hoe erg ik zou balen als het weer opeens verandert, want als je ingesteld bent op zon en warmte is een regenbui wel heel verfrissend. Hoe het mij vast zou overkomen dat ik pas vlak voor de start ontdek dat ik in een heel ander startvak sta dan ik dacht, dus dat ik over 10 minuten al start, in plaats van over 30.

En dan dat startschot, wat zou er dan door me heengaan? Zou ik, net als iedereen, opgejaagd door adrenaline en toeschouwers véél harder willen vertrekken dan ik zou moeten? Zou ik de eerste 5 kilometer nodig hebben om in mijn ritme te komen en het verschrikkelijk vinden dat ik door bijna iedereen ingehaald zou worden? Zou ik rond de 12 kilometer last krijgen van mijn heupen en beseffen dat elke stap vanaf 15 kilometer verder is dan ik ooit heb gelopen? Zou het Vondelpark me vleugels moeten geven, omdat het vanaf dan niet ver meer is?

En hoe zou die laatste kilometer zijn? Dat stuk heb ik duizenden keren gefietst, eerst naar de Universiteit, daarna naar mijn werk. Dat stuk ken ik dus als geen ander. Maar hoe zou het zijn om er te lopen? Zou ik bekenden ontdekken in het publiek, of zou ik zo moe zijn dat ik alleen nog maar tegen mezelf kan zeggen dat ik moet blijven lopen, gewoon blijven lopen. Uiteraard zie ik voor me hoe ik in het Olympisch Stadion nog versnel, er een allerlaatste sprint uit weet te trekken. Zou ik dan doorhebben dat het de eerste keer is dat ik ren op een sintelbaan?

Wat zou er door me heen gaan na de finish? Zou ik pijn hebben, moe of juist heel blij zijn, me fit voelen of bijna over moeten geven? Of alles tegelijk? Ik denk dat ik, ongeacht mijn tijd, in ieder geval zo trots op mezelf zou zijn dat ik dit gewoon geflikt heb. Stel je voor, ik, een halve marathon lopen.

Mijn vriend stoot me aan, ik schrik wakker uit mijn gedachten. Mijn thee is koud geworden en de trein is er, we moeten gaan. Moeizaam sta ik op uit mijn stoel en kijk via mijn sportschoenen naar de medaille die om mijn nek hangt.

Liefs Veerle

 

Vind je het blog van Veerle leuk en wil je meer lezen? Stem dan op haar. Stemmen doe je door haar blog te delen op Facebook, Twitter of andere socialmedia. Je ziet de knopjes om te delen onderaan dit blog staan. We tellen op 1 december alle shares bij elkaar op en de blogger met de meeste shares heeft gewonnen.

De tussenstand tot nu toe is….

Marieke: facebookshares 83 facebooklikes 19 en tweets 13
Petra: facebookshares 72 facebooklikes 9 en tweets 5
Maaike: facebookshares 104 facebooklikes 14 tweets 3 en googleplussen 3
Marianne: facebookshares 83 facebooklikes 12 tweets 4 en googleplussen 4
Astrid: facebookshares 84 facebooklikes 16 tweets 7 pinterest 5 en googleplussen 5

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.