Een vriend van ons had me verteld eens een keer met jou te gaan fietsen, want jij was net zo fanatiek als ik en ook buiten de fiets zouden we wel goed bij elkaar passen. Zo zei hij. Ik stuurde jou een bericht waarin ik je vertelde dat we fietsen gingen en niet veel later deden we dat ook.

Daar stond je dan, bij het kruispunt, te wachten op mij. Je had je fietskleren aan, je helm op waar een pluk haar onder vandaan kwam. Je fiets was mooi en je glimlach ook. Ik was een beetje huiverig om te gaan fietsen, want ik had al maanden last van een blessure waardoor ik met één been nauwelijks fietsen kon. Maar – zo dacht ik – er zijn maar weinig mannen die mij eruit rijden dus een klein rondje kan geen kwaad. Meteen toen we de stad uit reden waaide het hard, we reden in een soort tunnel van wind en jij reed er met 33 km per uur vandoor. Ik – wedstrijd meisje, geblesseerd of niet – haakte aan en wist dat ik de komende tijd naar je kont zou kijken.

En die kont? Die kont was net zo mooi als je glimlach. Ik bestudeerde de spieren van je billen, je benen en je stilzittende bovenlijf. En wat ik zag was goed. Zo reden we verder.

Je leren kennen deed ik nauwelijks, het enige wat ik me herinner is dat je me een paar aanwijzingen gaf over hoe ik mijn stuur beter kon vasthouden en dat ik dat heel irritant vond. Ik wist toch zelf wel hoe het moest?!
Het rondje heb ik heel snel ingekort omdat ik echt last van mijn blessure had. En je plaagde me daarom: zo’n kort rondje. Ik was toch wielrenster? Maar wat jij niet wist was dat ik onwijs veel pijn aan mijn been had en me groot wilde houden. Dat ik me bij jou niet voor wilde doen als een sjankerd…

Want…. ik….. vond…. JOU….. leuk!

Ik vond je een knapperd, een charmeur, sportief, stoer, slim, gevat en ik vond jou de jongen waarmee ik nog wel een rondje wilde fietsen. Waarmee ik bergentoppen wilde bedwingen en wilde sprinten om het plaatsnaambordje om jou, alleen jou te zien winnen.

Maar ik durfde niet.

En hoewel je mij nog wel een paar keer belde, heb ik daarna nog maar één keer bij je gegeten. Ook hebben we nog een keer een koffie gedaan. Maar daar liet ik het bij. Ik kon me niet voorstellen dat een jongen zo leuk en knap als jij iets in mij zou zien.

Daarbij had ik het vermoeden dat we wel wat met elkaar gemeen hadden, maar dat jij nooit zou kunnen begrijpen dat mijn fiets in mijn slaapkamer staat, dat er tandwielen in de badkamer liggen en dat bijna al mijn theedoeken vlekken van kettingsmeer hebben.

En daarom – omdat ik besloot dat je me niet leuk zou vinden – hebben we nooit in de bergen gefietst of gesprint naar een plaatsnaambordje. Misschien wilde jij dat ook helemaal niet, maar dat zal ik nooit weten. Het bleef maar bij die ene keer, maar steeds als ik nu – jaren later – op mijn fiets zit en mijn stuur net even anders vastpak? Precies zoals jij het toen zei? Dan denk ik aan jou en aan alle mooie tochten die we samen hadden kunnen maken.

Het ga je goed fietsjongen.

Liefs Rose

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.