Zonder al te veel ervaring had Suus zich als doel gesteld om in Italië een paar van die échte bergtoppen te bedwingen. Dat deed ze samen met haar fietsmaatjes van Giro Donne uit Moordrecht. Ze verheugde zich enorm op de Monte Nerone, een berg die in 2009 nog in de Giro werd gereden, maar was tegelijkertijd totaal onwetend.

Het doel van mijn Italië fietsavontuur was natuurlijk om mijn eerste echt bergtoppen te gaan bedwingen. Nadat ik op de aankomstdag redelijk heb kunnen wennen aan heuvelachtig terrein, is het vandaag dan eindelijk zover. Ik ga een echte berg beklimmen, eentje die in 2009 nog in de Giro d’Italia door de professionals is beklommen: De Monte Nerone.

Totaal onwetend wat me te wachten staat ga ik maar van het ergste uit: het wordt enorm afzien. Denkende dat ik echt geen klimmer ben en nog nooit enige berg beklommen heb, kan het niet anders dan dat het heel zwaar gaat worden. Toch verheug ik me wel op deze dag, ik ben namelijk benieuwd naar hoe het zal zijn. Aan het weer zal het niet liggen, het is zonnig en warm. We vertrekken met de gehele groep richting de voet van de berg. Het is een ritje om de benen los te fietsen. Dat heb ik zeker even nodig want ik ben én geen ochtendmens maar wel een echt dieseltje.

Aan de voet en voordat we starten nuttigen we nog een heerlijk bakje cappuccino bij een lokaal cafeetje, het voelt een beetje als moed indrinken maar dan zonder alcohol. Afgesproken is dat iedereen vanaf nu in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier (welke dat dan ook mogen zijn, als het maar op de fiets is ;-)) deze berg op fietst. Heel belangrijk is het punt eigen tempo. Iedereen heeft een ander niveau en daardoor klim je nooit in hetzelfde tempo omhoog. Zou je proberen hetzelfde tempo te hanteren dan kan het zijn dat je je helemaal leeg rijdt en absoluut niet geniet van het klimmen wat toch echt zonde zou zijn.

Ik had voor dit avontuur ook al enig fietstijdschrift en website gelezen met de tips en tricks over het klimmen op de fiets, wat absoluut handig bleek. Zo was het eerste stuk van de beklimming met veel korte haarspeldbochtjes en blijkt, achteraf erover nadenkende ook geheel logisch, het het handigst om de bocht aan de buitenkant te rijden en niet de kortste binnenbocht te nemen want dat is vele malen steiler en dus zwaarder. De snelsten van de groep zijn al uitzicht als ik al fietsende opmerk dat je wel enkele meters voor en achter je je met fietsmaatjes omringd bent ook al rijd je inderdaad niet hetzelfde tempo. Dit is toch wel erg leuk omdat je elkaar kan motiveren en bij de pauzes, die we af en toe nemen, samen een banaantje en wat water kan nuttigen alvorens weer op te stappen en te vervolgen in eigen cadans.

Na de eerste bochten te hebben gehad en het blijft stijgen wordt het zwaarder en zwaarder. Het zweet gutst ondertussen van mijn lijf en ik hijg de kilometers onder mijn trappers door. Dan zie ik in een bocht een mooi uitzicht met een steen met tekst erbij. Het eerste wat ik denk is (totaal versuft van de warmte en inspanning, blij dat ik even kan afstappen en de tekst niet lezende): dat zal wel een bijzonder plekje zijn anders ligt die steen daar niet. Een aantal andere fietsmaatjes komen ook op dat punt en we maken een aantal foto’s, iedereen ervan overtuigd dat dit vast een speciaal plekje is. Het zal zeker toch ook niet meer zover zijn, denken we dan nog?

Maar wat we dan nog niet weten, en wat wel heel handig was geweest, is dat de bochten een nummer krijgen als het een beetje serieus klimmen wordt. De nummers lopen af zodat je weet hoeveel serieuze bochten het nog is tot de top. Ik geloof dat we toen bij bocht 17 stonden (zagen we terugkijkend naar de foto’s) en dus nog 16 te gaan hadden!! Het kan natuurlijk ook dat je het beter niet kan weten als je zo afziet, want dan bestaat de kans dat je zegt: bekijk het ik rijd weer lekker naar het dal toe. In de veronderstelling dat het dus niet meer zover zou zijn stappen we met goede moed weer op en proberen weer ieder het eigen cadans te vinden.

Ik moet zeggen dat ik het echt gaaf vind, het uitzicht is werkelijk prachtig en het branden van de beenspieren en het steeds hoger komen geven echt een kick. Deze is echter van korte duur want naar elkaar roepende dat we er toch wel bijna zouden moeten zijn blijkt na elke bocht nog steeds geen top in zicht, nog lang niet zelfs. We blijven met pauzes doortrappen en krijgen het nu toch echt heel zwaar. Ondertussen verdwijnt de kick en vervloek ik de berg. Ik zal niet herhalen wat ik allemaal geroepen heb, maar ik was absoluut niet lief tegen hem.

Toch is het ook een heel aparte ervaring om mee te maken hoe het lichaam reageert op deze inspanning. Er zijn momenten dat je denkt dat het echt niet meer gaat om twee tellen later op te merken dat je ineens lekker soepel omhoog trapt. Naast het fysiek is het mentaal ook echt een strijd. Allerlei gedachten passeren de revue. Je denkt om de paar meter aan afstappen en even moeten pauzeren, een ander stemmetje zegt dat je juist moet doortrappen omdat opstappen alleen maar moeilijker wordt. De verleiding om te pauzeren is echter zo ontzettend groot dat je echt jezelf moet toespreken dit niet te doen: anders ben je ‘s avonds nog niet op de top.

Ook denk ik: Zie je, ik ben echt geen klimmer, dit doe ik nooit meer. Om vervolgens de gedachte te krijgen: Ik kan dit, ik doe dit, hoe stoer is dit. Ik weet ook niet zo goed wat ik er nou van moet vinden van dat klimmen. De gedachte: Wat doe ik hier? Waarom doe ik dit? is ook erg sterk. Beantwoorden kan ik deze dan nog niet, omdat het afzien groot is. Dan krijgen we door dat die stenen voor de bochtnummers staan en we er nu bijna echt zijn. En dan daar is die DE TOP! Even nog een kort sprintje (waar komt dat vandaan???) en ik smijt mijn fiets in het gras en plof ernaast. Wat ben ik moe en blij. Ik heb het gewoon gedaan, mijn eerste berg beklommen. We maken als bewijs een aantal foto’s naast de gedenksteen die er is neergezet in 2009 toen de Giro d’ Italia op deze top eindigde.

Hierna mogen we gaan afdalen. Zo gaaf die snelheid die je dan maakt en zo lekker dat die benen even niks hoeven te doen. De afdaling is lang en mooi en is het cadeautje voor het beklimmen van de berg die in de top 10 van moeilijkste beklimmingen in de Apennijnen staat met een gemiddeld stijgpercentage van 8,5%, een lengte heeft van 13,7 km, en een hoogteverschil van 1164 m. Dat heb ik toch maar mooi gepresteerd. Trots. Een aantal dagen later beklom ik een tweede berg, de Monte Petrano. Nooit gedacht dat ik ooit zou zeggen wat ik toen zei: appeltje, eitje deze berg beklimmen. Ben ik nu toch een klimgeit geworden?

Vanavond Fietsen? Bestel voor 15u!