stretchen na het hardlopen

De zon gaat onder, aan de steeds donker wordende hemel tekenen de lampjes van de stad zich af. Over de spoorbrug rijdt de lange intercity naar Berlijn. In de stilte van de avond is het gedender goed te horen. Ik loop in het weiland langs de rivier. Om me heen dartelt de hond vrolijk rond. De avond ruikt lekker en de lucht is nog warm. Naast me lijkt de rivier op een glanzend antraciet lint wat door het landschap snijdt.

Zap, zap, zap gaat het ritme van mijn voeten. De grond is hard en uitgedroogd en omdat ik langs de rivier loop is het een beetje scheef. Langzaam ga ik door het weiland waar niemand me ziet. Terwijl ik naar een boom in de verte kijk, besluit ik nog een meter of 50 te rennen. Aan mijn ademhaling merk ik dat het zwaar gaat. En dan als mijn blokje afgelopen is, krijg ik een hoestbui.

 

Het is nu meer dan een week geleden dat ik bij de IJsselloop mijn eerste tien kilometer liep. En sinds die dag heb ik ziek in mijn bed gelegen. Ik deed niets anders dan hoesten. Ik was benauwd en had nauwelijks energie. Even naar de keuken lopen voor een kopje thee en ik was al buiten adem. Ik wist al wel dat dit ging gebeuren, al een paar dagen voor de start, maar toch heb ik gelopen, want ik wist ook dat het wel kon. Ik had last van mijn longen en ik wist dat ik de week erna echt ziek zou worden. Ook wist ik dat het al dan niet starten voor mijn eerste tien weinig verschil meer zou maken. Mijn rusthartslag was in orde en koorts had ik niet, dus als ik rustig zou lopen zou het geen probleem zijn, zei een bevriende arts.

Ik heb astma en niet zo’n beetje ook. Toen ik nog fietste en zo nu en dan aan wedstrijdjes mee deed kwam ik erachter dat een wedstrijdje mij meer moeite koste dan andere fietsers. Hun hartslag was lager en terwijl ik hoestend op de fiets zat konden zij nog lekker kletsen. De avond na zo’n wedstrijdje bracht ik vaak op de bank door. Chagrijnig en moe. Met op mijn borst het gevoel alsof er een hele olifanten familie op zat. Terwijl mijn fietsmaatjes de volgende dag al weer lekker rondreden, had ik meestal twee dagen nodig om te herstellen. Met op zaterdag een wedstrijdje en op woensdag een intensieve training kwam ik nauwelijks aan mijn duurtrainingen toe. Niet gek dat mijn lichaam na verloop van tijd aangaf dat het moe was. Zo moe dat ik stond te janken boven op een berg. Ik was overtraind. En niet omdat ik een koppige bezeten sporter was die te veel en te vaak trainde. Het was puur en alleen doordat ik een longziekte heb die – als ik het niet behandel met medicatie – ervoor zorgt dat ik een stuk minder kan.

Toen ik eenmaal wist dat ik astma had, was ik eerst verdrietig. Ik voelde me moe en verslagen. Mijn wil en techniek waren goed genoeg, maar mijn longen werkten me tegen. Voor een tijdje voelde ik me een slachtoffer van mijn eigen lichaam en zag alleen maar beperkingen.
Toch ging ik – onderzoekend als ik ben – kijken naar hoe mijn ziekte werkte. Ik las erover en vroeg aan andere astma patiënten hoe het met hen zat. Ik lette op en was me bewust van de reacties van mijn lichaam op training. Ik had contact met mijn arts en we werkten samen aan de perfecte balans van medicatie en beweging. Door er zo bewust mee om te gaan, ben ik onbewust mijn astma gaan accepteren. En ik ben gaan luisteren naar mijn lijf.
Ik ontdekte een soort innerlijke Garmin die elke sporter heeft. Wist je bijvoorbeeld dat we – als we goed opletten – aan ons lichaam kunnen voelen of we harder of zachter moeten gaan? Bij mij zijn het mijn ademhaling en het gevoel in mijn spieren die me vertellen wat en hoe. Dat wist ik, toen ik begon met sporten, nog niet. Toen was ik opgejaagd en richtte ik me maar op twee dingen: mijn trainingsschema en de concurrentie.

Sinds ik weet dat ik astma heb, doe ik dat niet meer. Ik neem de vrijheid om in mijn eigen tempo te lopen en te genieten. Soms ga ik zo traag als de schildpad, maar andere keren zoef ik voorbij als de haas. En hoewel ik mee kan doen met een tien kilometer loop, kan het ook maar zo zijn dat ik in de week erna noodgedwongen minutenblokjes moet rennen.

Terwijl ik hier in de vroege avond door het weiland ren en geniet van mijn omgeving, besef ik me dat die astma zo erg nog niet is. Elke sporter loopt tegen beperkingen aan, die van mij is in de vorm van mijn longen. Een ander heeft minder talent of een slepende blessure. Eigenlijk zou het voor ons allemaal wel goed zijn om eens te sporten zoals ik, te genieten van de omgeving en te luisteren naar je lijf. Rio hoeven we allemaal niet meer te halen en in de basis is al geren en gefiets naast ons werk in de eerste instantie voor ons plezier. Laten we dan vooral niet vergeten dat plezier te hebben.

 

Liefs Rose

 

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

1 Comment
  1. Rose, wat een fijn stuk! Dit is precies hoe ik sporten met astma ervaar. Niet altijd maar doorduwen, maar luisteren naar je lichaam.
    En eigenlijk kan ik dan szomers als ik wat minder last heb, toch merken dat ik er tijdens m’n trainingen alles uitgehaald heb.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.