Het is vroeg in de ochtend en ik ren over de IJsselbrug voor mijn hardloop training. Ik ga vroeg rennen want ik moet om kwart over 9 op stal zijn. Mijn paard heeft namelijk een controle afspraak met de osteophaat. Er staat een intervaltraining van 3x 1600m in 7:18m met tussendoor een dribbel pauze van 800m op mijn trainingsschema voor de halve marathon. En omdat ik bij intervallen het liefst zoveel mogelijk lekker doorloop zonder te twijfelen over het nemen van een afslag besluit ik een heen-terugje te doen over de dijk. Ik neem de rustigste kant en ga richting Voorst, Zutphen. gelukkig is dat ook één van de mooiste stukjes, dus het zal wel een lekkere training worden.

De versnellingen beginnen goed, maar om de tweede en derde maak ik me wat zorgen. Ik weet ook niet precies hoe hard ik moet en hoe hard ik ga, want ik heb nog steeds het gps horloge van Rose niet geleend. Bij intervallen probeer ik daarom met mijn telefoon bij te houden hoe hard ik ga,maar die geeft soms ook wisselende snelheden aan. Dus eigenlijk doe ik maar wat.
Ik heb wel van te voren mijn app op interval training gezet en mijn gewenste afstanden erin gezet. Dus ik krijg te horen wanneer de 1,6km in gaat en stopt en wanneer ik er na 800 m dribbel weer aan moet geloven. Heel handig maar terwijl ik ren moet ik afgaan op mijn gevoel om het tempo te bepalen. Dat blijft toch echt lastig. Ik ren best wel op mijn max tijdens zo’n interval dus ga makkelijk langzamer lopen en elk tandje dat ik bij moet zetten kost ook flink wat moeite. Gelukkig kan ik aan de hand van mijn tussentijdse snelheden en gewoon mijn ouderwetse gevoel er toch voor zorgen dat ik wel aardig in de buurt kom van de gewenste snelheid. Een andere oplossing voor mijn snelheden probleem is om iemand mee te nemen die naast me rijdt op de fiets en me vertelt hoe veel harder of zachter ik moet. Dat doe ik graag, het is gezellig én handig.

Maar vandaag loop ik alleen. Heel alleen. Zo alleen dat het me opvalt dat er in de omgeving geen mens te zien is. En ik loop daar. In de stilte van de ochtend. Het geluid van mijn voeten lijkt in deze stilte heel hard te klinken en ik ren echt in mijn zone. Mijn zintuigen verscherpen en ik zie elk detail. Ik hoor mijn ademhaling en neem de groene omgeving in me op. Maar vooral loop ik, hard in een stevig tempo. Het gaat goed. Ik ben in opperste concentratie. Tenminste… totdat ik een vogel mijn kant op zie vliegen.
En die vogel doet dat niet rustig en hij lijkt ook niet van plan langs me heen te vliegen. Deze vogel komt recht op me af en doet dat nog héél snel ook! Het beest kwettert keihard en richt zich op mijn gezicht.
Geschrokken en vol verbazing zwaai ik met mijn handen. Ik weet een aanval te voorkomen. Argwanend blijf ik de vogel al rennend met mijn ogen volgen.

Ik heb geen idee wat er net precies gebeurde, maar kennelijk doe ik iets fout. De vogel maakt rechtsomkeert en komt net zo hard weer kwetterend op me afvliegen. Met mijn beide handen in de lucht zwaaiend loop ik de laatste meters van mijn interval uit terwijl de vogel achter me aan zit. Ik slaak een gil en versnel nog wat. Ik vlucht en sprint weg.
Na nog honderd meter ben ik uit de gevarenzone en word ik met rust gelaten. Terwijl ik aan het dribbelen ben besef ik mij wat er waarschijnlijk net aan de hand was. De vogel waarvan ik ineens de naam weer weet: kievit, had natuurlijk een nest die ze moest beschermen! Nou ja nog steeds geen echt goed excuus om mij als neutrale buitenstaander aan te vliegen, maar ik snap hem. Hij beschermd zijn nest en ik ben – terwijl ik rustig verder dribbel – okay met hem. Ergens moet ik zelfs wel lachen, dat sprintje was een interval in de interval. Ik ben benieuwd naar de top snelheid die ik gehaald heb. En ik dribbel verder. Langs de dijk.

En dan bedenk ik me dat ik een probleem heb. Ik deed een heen-terugje vandaag. En ik moet dus via dezelfde weg weer terug. En een andere optie is er niet, want ik zit aan de overkant van de IJssel en de volgende brug is 25 km verderop. Ik moet terug langs De Vogel!

Op de helft van mijn tweede interval draai ik mij om. Als ik het bochtje terug om kom is er eerst geen kievit te bekennen. Ik raak ik er bijna van overtuigd dat ik in de maling ben genomen. En ik ontspan. Ik heb geen zorgen meer en weet dat ik veilig thuis kom.
Totdat ik nog een paar meter loop en eerst het nest in het weiland ontdek en vervolgens twee vogels op me af krijg. Ik ren er zwaaiend met mijn armen en een paar flinke termen roepend zo snel mogelijk langs. Dat tweede intervalletje word met dit zwaaiende gillende intermezzo best zwaar, maar echt harder ga ik er ondanks het fanatisme van de vogels niet door lopen. Het zal iets met de afleiding en mijn armen te maken hebben.

Uit de gevarenzone en mijn verdere training afrondend blijf ik op de hoede voor elke kievit die ik tegenkom. Langs een tweede stel kievitten rennend begin ik zelfs al met mijn armen te zwaaien voordat er een aanval is ingezet waardoor ik mij enigszins onnozel voel. Gelukkig zijn er nog weinig mensen te bekennen in de omgeving anders hadden ze zich ongetwijfeld achter de oren gekrabt en zich verbaasd over deze nieuwe hardloop methode.

liefs
Rhodé

2 Comments
  1. Grappig, ik loop daar ook regelmatig en die kievit is al een paar weken aan het kwetteren en heen en weer vliegen als je er langs loopt. Waarschijnlijk zijn de eitjes nu uit en worden ze bloed fanatiek.

  2. Komt akelig bekend voor..
    Op de fiets wordt men jaarlijks belaagd door een razende buizerd in omgeving Lelystad,
    bij de runderweg met twee flinke klimmetjes,…Hallo interval training!

    dat is de beruchtste vogel van flevoland!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.