Ik weet dat dit een moment is waarop ik een brief moet schrijven aan mijn eigen sporterd. Een knapperd met een sixpack. Een man met kuiten als die van Cancellara. Iemand die meer waarde hecht aan zijn Garmin dan aan zijn Golf. Of aan zijn RangeRover, mag ook. Iemand die eigenlijk minstens zo mooi is als hij traint dan wanneer hij tegenover me zit in één of ander luxe restaurant in het Zuid-Europese. Er is dit jaar echter iemand anders waarnaar ik mijn brief wil schrijven . Vandaar dat ik dit jaar vreemd ga. Sorry.

LEAVE MEM,

…sorry dat ik ben begonnen met een sport als deze. Dat ik gekozen heb voor een leven als dit. Sorry dat ik ook op zaterdagochtend om 6uur de trap afstorm, de schilderijen bijna van de muur sla met m’n veel te grote zwemtas en de auto start. Sorry dat ik iedere dag opnieuw de wasmachine én droger laat draaien, of erger nog, de wasmand gewoon vol gooi.

Ik weet nog dat ik een kleine twee jaar geleden begon met trainen. Dat mijn eerste euro’s aan hardloopschoenen de toonbank over gingen. Dat mem en ook heit zich zorgen maakten over mijn knieën. Vanaf toen is jullie planning in de zomer niet meer afhankelijk van ‘locaties van wandeltochten’ maar van ‘locaties van mijn wedstrijden’. Niet omdat mem het perse allemaal wilt zien, maar meer om de zorgen die ik jullie geef over het feit of ik mezelf niet wéér voorbij loop en half dood de finish over vlieg. Waarna mem me dan weer bij elkaar mag vegen en vol mag gieten met de voeding die ik veel eerder had moeten nemen.

Sorry mem,

dat vanaf toen een etentje met de familie altijd anders is geweest

mede omdat ik niet meer twee keer extra frietjes bij bestel.

Dat ik op zondagmiddag niet meer mee doe met de zondag-boswandeling

omdat ik dan zo nodig moet ‘ herstellen’ van mijn barre fietstocht.

Dat er vanaf toen geen liters melk meer gekocht hoeven te worden

maar ik de kraan leeg drink.

Dat de kast ineens vol staat met havermout

en het boodschappenlijstje met noten. En heel veel groente.

Dat ik om 10.00 uur ‘s, laat staan om 22.00 uur ‘s sta te koken

dat ik überhaupt nooit meer mee-eet,

omdat ik ten alle tijde mijn macro’s moet ‘hitten’.

Dat de sportschoenen in de gang de overhand hebben gekregen,

de douche mijn 2e thuis is geworden en de garage ‘ fiets’ ademt.

Dat de postkoerier de weg naar ons huis inmiddels blind kent

omdat ik zo nodig mijn sportkleding- of voedingsvoorraad aan moet vullen.

Dat ik er vaker uit zie als ma flodder

dan dat ik het lijf wat ik van mem heb gekregen eens laat zien.

Dat het in mijn omgeving vaker ruikt naar sportschoenen of chloor

dan naar de HugoBoss XX van welleer.

En, sorry dat het enige onderwerp waar ik over kan praten ‘mij’ is.

Ik beloof dat ik volgend jaar zo’n soort brief kan schrijven aan iemand anders. Tot ICAN Amsterdam ben ik blij dat ik onder de vleugels van mem mag zijn. Dat ik het huis mag verberberiseren. Dat op vrijdagavond gewoon de voorraadkast weer gevuld wordt. Dat mem de was draait in Hotel Elske op het moment dat ik daar geen zin in dan wel geen tijd voor heb. Dat ik nog gewoon de boodschappenbonnetjes van de Jumbo in mag leveren. Dat mem me zo nu en dan herinnert aan het feit dat ik moet denken om je lijf, goed moet eten, goed moet slapen af en toe wat tijd moet nemen voor mezelf. Dat mem er voor zorgt dat ik kan doen wat ik graag wil doen.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.