Alles geven, tot het gaatje gaan, niet zeuren en door. Of juist een tandje terug, even rusten en er de volgende keer weer tegenaan? Dat is het vraagstuk waar ik tegenwoordig wekelijks mee te maken heb. Want sinds ik train om sprinter te worden, opereer ik regelmatig buiten mijn comfortzone.

Het is vijf uur, met mijn laptop onder mijn arm ben ik op weg naar huis. Ik heb een drukke dag gehad. Ik ben moe. Mijn gedachten gaan naar de avond, het regent en ik ben net ongesteld geworden. Eigenlijk wil ik niets liever dan naar huis en op de bank hangen met een grote beker thee. Maar om zeven uur moet ik op de atletiekbaan staan, want dan heb ik training.

Topsporters zonderen zich tijdens de weg naar hun doel af van alle afleiding. Een goed voorbeeld is Dafne Schippers. Zij werd eerder dit jaar uitgenodigt bij de koning en wees dit af. Ze moest trainen en dat ging voor. Marijn de Vries blogde er een keer over hoe ze zelden meer op feestjes kwam en als ze er was, dat ze dan eerder naar huis ging. Ze moest haar sociale leven een stuk versoberen zodat ze voor haar sportdoel kon gaan. En het was geloof ik Marianne Vos die alle vragen over vriendjes wegwuifde met de opmerking ‘dat ze daar toch echt geen tijd voor had’.

Nu is het echt niet zo dat ik de kolder in de kop heb en mezelf tussen atelten als Dafne Schippers of Marianne Vos wil scharen, maar hun benadering van sport ten opzichte van mijn volle agenda doet me wel denken. Je moet weten dat het trainen om sprinter te worden anders is dan het hardlopen wat ik hiervoor deed. De rondjes die ik eerst maakte deed ik in mijn tempo, op mijn moment en over de afstand die ik wilde. Eigenlijk volgde ik gewoon mijn neus en was het een soort buitenspelen op hardloopschoenen. Op die manier sporten is fijn. Het is erg ontspannend en doet mentaal precies dat wat we allemaal wel kennen: het hoofd leegmaken, beter slapen, een moment voor jezelf en het verminderen van stress.

Natuurlijk daagde ik mezelf wel uit, maar daarin had ik alle vrijheid. Nu is dat heel anders, ik wil sprinter worden. Ik train op gezette tijden, met een trainer die dingen bedenkt. Elke keer doe ik iets wat ik heel moeilijk vind, wat uitdagend voor me is. Maar de trainingen zijn niet het heftigste van mijn sprintersdroom. Dat ben ik zelf. Ik verwacht veel van mezelf als ik naar de atletiekbaan ga. Zoveel dat ik het soms een beetje spannend vind. Kan ik wel voldoen aan de eisen die ik aan mezelf stel? Ik ga er iedere keer weer heen met doelen, dromen en wensen. Er staat voor mij veel op het spel. Ik weet nog niet of ik dat sprinten goed ga kunnen en hoe ver ik komen zal. Wel weet ik dat ik voor één keer in mijn leven wil weten wat er gebeurd als ik ergens echt voor ga. Wat kan mijn lijf? Hoeveel kan het aan?

Als ik train wil ik tot het gaatje gaan en het uiterste uit mezelf halen. Als ik werk doe ik dat ook. Maar kan ik dat? Lukt het me om na zo’n dag als gisteren ook nog eens te trainen als een beest?

Er zijn dagen waarop ik twijfel en denk dat ik mezelf voor de mal houd als ik zeg dat ik sprinter wil worden. Maar er zijn ook trainingen waarbij ik over de baan vlieg en me al een sprinter waan. Het is precies dit, dat dubbele, die pieken en dalen, die ervoor zorgen dat trainen voor een doel best lastig kan zijn.

Ik denk dat de beste sporters ter wereld niet alleen met talent en het juiste lijf zo ver gekomen zijn, zij zijn ook kampioen in het managen van hun balans en zichzelf. Ze kunnen hun kop koel houden als het moet, weten wanneer meer te doen en ook wanneer juist minder. Het is voor mij als hobbysporter precies daar waar de werkelijke uitdaging ligt. Als ik niet ga trainen weet ik dat ik ga twijfelen aan mezelf en mezelf lui zal vinden, maar ga ik wel? Dan is de kans groot dat ik he-le-maal kapot ga tijdens de sprint. Moet ik nu net als Dafne nee zeggen tegen sommige dingen? Of moet ik accepteren dat ik net wat minder maximaal kan gaan?

Voorheen maakte het weinig uit. Of ik ging rennen, of ik deed het niet. Het was om het even, ik was de volgende dag toch wel weer gemotiveerd om te gaan. Maar dat was voordat ik het extreemste sportdoel van mijn leven bedacht had. Je begrijpt vast wel dat ik gisteren – toen ik thuiskwam met dit vraagstuk – meteen met een grote kop thee, e hond, Netflix en een dekentje op de bank ben geploft. Tijdens het kijken van mijn serie viel ik in slaap. Dat was zo lekker. Ik voelde mezelf ontspannen en langzaam wegzakken. Precies tien minuten voordat ik naar training moest, werd ik wakker. Ik was fit en vrolijk. Door de regen fietste ik naar de atletiekbaan, klaar om te trainen.

Te grappig, in mijn drukke leven is het vaak alles of niets. Maar als ik het even loslaat en mijn lijf me laat vertellen wat het wordt? Dan bestaat er ook een tussenweg. Een dutje voor mijn training, hoe simpel kan het zijn? Met deze houding red ik het misschien wel, dat ‘sprinter worden’. In ieder geval de snelste versie van mezelf, dat moet lukken.

xox Rose

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.