Het is woensdagavond, om mij heen hardlopers. De zon schijnt. Ik sta op de baan en kijk mijn trainer aan. “Wat goed dat je kon inhouden en nu rustiger loopt.” zegt hij. Ik heb net een paar keer een 50 metertje gelopen. Op mijn voorvoet als een soort slow motion sprinter. Sprinten en slow motion, dat gaat niet helemaal samen. Toch is het wat ik nu aan het doen ben. Kleine afstandjes in een lager tempo en helemaal op techniek. Want na maanden van pijntjes, sneutjes en blessureleed is dit de enige manier waarop ik ooit een sprinter zou kunnen worden.

Eind deze winter heb ik een besluit genomen: ik word sprinter, want dat is iets wat ik ei-gen-lijk al heel lang wil. Alleen kwam het er nooit van. Bij de lokale atletiekvereniging sluit ik me aan bij de sprintgroep. Daar mag ik meetrainen en de fijne kneepjes van de sprint leren. Maar vooral mezelf omvormen van lange afstandsloper tot eentje van de kortste afstand.

Sprinters hebben explosieve spieren en een enorm goede techniek. Dat laatste is belangrijk en wel om twee redenen. Ten eerste omdat je zonder die techniek echt niet de snelste wordt op een afstand van 100 meter en ten tweede omdat de juiste techniek je beschermd tegen nare blessures.

De eerste paar keren gaat de training goed, ik moet wennen aan die nieuwe ondergrond, want we trainen op de atletiekbaan, maar verder ben ik niet eens zo heel erg traag. Maar dan slaat het noodlot toe: ik raak geblesseerd. Mijn benen ontploffen en elke versnelling doet vanaf de eerste stap al zeer. Toch blijf ik het voorzichtig en in samenspraak met mijn trainer proberen, maar keer op keer eindig ik liggend met pijn en verdriet op de baan. Of waggel ik naar huis.

Een bezoek aan de fysio laat zien dat mijn core niet actief genoeg is. Mijn fysio leert me deze anders te gebruiken en geeft me wat oefeningen.

Braaf ga ik ze doen en zet mijn baantrainingen even op een laag pitje. Wel doe ik veel rustige loopjes op de weg. Niet te lang, niet te hard, maar gewoon puur om te kunnen rennen en om mijn trainingsritme vast te houden. Het duurt niet lang voordat ik voel wat mijn sterkere core met mijn lijf doet en mijn benen weer goed lijken te voelen. Blij en vol goede moed stap ik op de fiets richting de baan. Inlopen, een warming-up, loopscholing, wat core en we beginnen aan de sprintjes. Ik heb nog geen drie passen gezet en ik sta weer stil. Met pijn en inmiddels ook wel wanhoop.

“Misschien is het wel een scheurtje.” zegt de fysio en maakt een afspraak voor een echo. “Nee hoor, ik weet nu al zeker dat het iets heel anders is.” zegt de andere fysio terwijl hij de gel voor de echo op mijn been smeert. “Volgens mij is het je lies, die heb je overbelast. Net als Nigel de Jong tijdens het WK, maar geen zorgen, drie behandelingen en je bent weer in orde.

Een week later lig ik bij hem op tafel terwijl hij de spier van mijn lies oprekt tot hij niet meer verder kan en dan nog iets meer. Twee weken daarna is mijn lies in orde. Als ik braaf blijf rekken en strekken en aan krachttraining doe, kan ik binnenkort wel weer sprinten. Goed nieuws en hoopgevend vooral. Dagelijks doe ik mijn oefeningen en op de baan train ik op 60 of 70%. Dat is ergens heel goed, het geeft me de kans om de sprint techniek, ofwel het lopen op de voorvoet en met een extreem kort grondcontact, kan leren. Ik geniet ervan. De aanwijzingen die ik krijg kan ik goed gebruiken en per stap gaat het iets beter. Ik leer mijn core gebruiken, richt me op mijn armen en wordt stukje bij beetje beter in het voetenwerk. Maar na mijn training heb ik pijn. Niet één dag en ook niet twee, maar een dag of vijf. Pijn aan mijn rug, aan mijn heupen, knieen, enkels en voeten. Niet ene beetje pijn, maar zoveel dat het mijn dagelijks leven beinvloed. “dat hoort niet zo te zijn Rose.” zegt mijn trainer terwijl hij me nog net niet dwingt om met de fysio van de club te praten. Deze fysio is ook manueel therapeut en na het horen van mijn verhaal wil hij mijn hele lijf nalopen. Hij wil kijken of er niet iets is in de houding van mijn skelet, wat er voor zorgt dat mijn spieren steeds zo’n klap krijgen.

“Ik ga kijken naar tien punten, als je op zes van de tien scoort ga ik je behandelen. Je hebt er nu zo op het eerste gezicht al twee.” zegt de fysio/manueel therapeut. Een kleine tien minuten later kijkt hij me lachend aan: “je hebt een score van tien Rose, geen wonder dat je pijn hebt. Als jij sport is het alsof je rondrijdt in een auto met de handrem erop. Ik ga je behandelen. Ik denk dat dat wel zal werken, maar werkt het niet? Dan ben je niet gemaakt om te sprinten. Dat moet je ook weten.”

Komende donderdag lig ik bij de manueel therapeut op tafel. Ik vind dat best eng, maar ik heb het er voor over. Ik wil sprinter worden, ik wil zien hoe hard en snel ik kan zijn op de 100 meter. Daarvoor zal ik veel moeten doen. Ik moet mijn fietslijf veranderen in een sprinterslijf. Krachttraining en techniek. Versnellingen en corestability. Sterke benen, een actieve core en krachtige schouders. Zomaar wat dingen waar mijn leven de komende tijd om draait. Het is al bijna drie maanden geleden dat ik aan mijn sprintersdroom begon en op het eerste gezicht ben ik nog geen meter verder. Ik heb weinig kunnen sporten en ben zelfs een beetje aangekomen. Maar onder al dat ben ik dagelijks bezig met mijn lijf en doel. Hopelijk kan ik snel echt gaan sprinten. Tot die tijd houd ik me vast aan hoop en zet ik door.

“ …maar werkt het niet? Dan ben je niet gemaakt om te sprinten. Dat moet je ook weten.” zei hij tegen mij en die woorden hoor ik nu, een dag later nog steeds als een echo in mijn hoofd.

Liefs Rose

banner svs shop

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

3 Comments
  1. Zo, wat een ellende en wat een doorzettingsvermogen!

    Ik hoop dat de manueel therapeut je nou eindelijk het duwtje (ha) kan geven waardoor het nu echt gaat lukken.

    En wat betreft je slotzin… ik heb me na twee jaar kwakkelen ook door mijn fysio laten overtuigen dat sommige mensen nou eenmaal geen lijf hebben voor (in mijn geval) hardlopen. Een bittere pil met een flinke kater. Ondertussen heb ik alsnog een sport gevonden waar mijn lijf voor gemaakt lijkt te zijn, en is hardlopen geworden tot de ex waar je met een glimlach aan terug kan denken terwijl je je onderdompelt in je nieuwe liefde. Want uiteindelijk is toch niets fijner dan die ‘klik’, ook al is het niet wat je eerst voor jezelf had bedacht.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.