Het is zomer. Op tv is de Tour de France. Ik zit in mijn veel te warme zolder appartement in Amsterdam Zuid en de tv staat aan. De renner die ik met een prachtige tred omhoog zie fietsen heet Alberto Contador. Het is het jaar van Contador en Armstrong, zij zitten in dezelfde ploeg en de media maakt daar ene flink spektakel van. Wie van de twee renners gaat winnen? Wat voor strijd is er in die ploeg? Hoe zullen de gesprekken in de teambus zijn? Elke avond – zodra de etappe is afgelopen – pak ik mijn fiets. Dan ga ik zelf trainen op mijn nieuwe racefiets.

Ik ben jaren geleden begonnen met fietsen toen ik van een vriendin een racefiets cadeau kreeg. Het was zo’n oude stalen fiets van Gazelle. Daarmee maakte ik rondjes om de stad en later ook er buiten. Dan fietste ik door het Amsterdamse Bos naar Schiphol en zorgde ik ervoor dat ik de luchthaven de hele tijd aan mijn linkerkant hield. Zo kwam ik vanzelf wel weer thuis. Daarna reed ik vanuit Amsterdam Zuid naar Ouderkerk aan de Amstel, daar was het bekendste rondje van Amsterdam: de Ronde Hoep. Dat is een prachtig klein rondje rondom een stel weilanden in de polder. Aan de ene kant water en aan de andere kant boerderijen. Net als bij Schiphol kwam ik vanzelf weer bij het beginpunt.
Pas toen ik langer fietste en meer conditie had, durfde ik voor lange rondes te gaan en gewoon mijn wiel te volgen. Ik reed het hele land door. Ging ik op bezoek bij vrienden in Utrecht of belde een vriend in Andijk en vertelde hem dat ik op de koffie kwam. Moest ik een wielrenner interviewen in Den Bosch? Dan ging ik heen op de fiets en terug met de trein.

Na een enkel blessure en de daarbij horende operatie heb ik nooit meer zo lekker gefietst. Eerst deed mijn enkel nog zeer en daarna ontdekte ik dat ik mijn vorm niet meer had. Fietsen was een stuk minder leuk. Ik had niet meer die vrijheid van gaan en staan waar ik maar wilde. En toen verhuisde ik. Naar Deventer, waar je theoretisch mooier fietsen kan, maar waar ik de weg nog niet wist. Sindsdien heb ik niet echt meer gefietst.

En nu heb ik me dus ingeschreven voor een triathlon.

Een korte, maar toch echt een triathlon. Dus beginnen met zwemmen, eindigen met rennen en daar tussen in… fietsen!

En dat fietsgedeelte, daar maak ik me zorgen over. Het is maar tien kilometer natuurlijk, maar de laatste paar keren dat ik na het zwemmen op mijn baanfiets naar huis reed, was het toch nog afzien. Ik ben van huis uit een fietsvrouw, maar eerlijk? Ik heb de afgelopen twee jaar nauwelijks gefietst. Natuurlijk wel zo nu en dan een rondje in het bos op mijn mountainbike, maar structureel zoals het hardlopen en sinds kort ook het zwemmen? Nee, dat doe ik niet.

Over een paar dagen begint de Tour de France weer. Hoewel ik niet meer in Amsterdam woon en mijn fiets allang niet nieuw meer is, lijken de omstandigheden wel een beetje op toen. Misschien moet ik maar weer eens gaan fietsen en gaan trainen voor de Vrouwentriathlon. Toen ik daar een paar jaar geleden voor het eerst aan meedeed, reed ik het fietsgedeelte met veertig kilometer per uur. Dat gaat mij dit keer niet lukken, maar als ik nu niet snel op de fiets stap, zal ik maar een snelheid van twintig ofzo bereiken. Het is echt tijd om wat te gaan doen.

Maar ik zie er tegen op.

Het in confronterend iets niet meer zo goed te kunnen als voorheen en het is makkelijker jezelf dan maar voor te houden dat je er niet zo’n zin in hebt. Maar diep van binnen verlang ik wel weer naar de vrijheid van de fiets en het volgen van mijn voorwiel. Het rijden over polderwegen terwijl ik via mijn oordopjes luister naar de radio. Het passeren van weilanden met paarden, koeien en schapen. Riviertjes, boerderijtjes, bomen en bloemen. Andere fietsers die hun hand naar me opsteken als groet. Het ritme van mijn benen en even stoppen bij een tankstation om mijn bidon bij te vullen. Gewoon een beetje rijden en maar zien waar ik kom.

Misschien vraag ik Astrid wel mee. Zij moet de komende tijd toch rustig aan doen. En als we nou eens samen naar een dorpje rijden om daar ene koffie te doen en daarna weer terugfietsen? Dan komt het vanzelf wel weer. Toch?

Vanavond ga ik na het zwemmen mijn fiets ophalen. Die staat in de schuur bij mijn broer. En dan ga ik dit weekend weer fietsen. Een stukje maar. Ik zie wel hoe ver ik kom. Het gaat even niet om de kilometers maar om het fietsen en vooral het genieten. Weet je wat? Voor de zekerheid neem ik mijn zwempak mee. Dan kan ik als ik wil ook een stukje zwemmen.

Hee Astrid, wat doe je dit weekend? Zullen we naar Busloo fietsen?

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.