Hardlopen, zwemmen in een buitenbad, fietsen op een wielrenner of mountainbike, ik doe het allemaal. En allemaal los van elkaar. Het een vind ik leuker dan het ander of nee, hardlopen doe ik eigenlijk vooral om dat het praktisch is. Kleding aan, deur open, half uurtje weg, douchen en door met ander dingen. De ander twee sporten doe ik vol overtuiging, het geeft me het gevoel van vrijheid en frisheid en maken me dus echt blij.

Steeds vaker werd me de vraag gesteld:  ‘waarom ga je niet een keer een triatlon doen…’. De eerste keer moest ik daar keihard om lachen. Ja, sporten vind ik een heerlijke hobby, ik kan niet zonder, maar het moet wel hobby blijven en geen obsessie worden. Maar hoe vaker me de vraag gesteld werd hoe meer ik dacht: ‘waarom ook niet’. En dus hakte ik in december de knoop door. Ik ga triathlonnen.

Na lang wikken en wegen besloot ik te gaan voor een achtste. Een kwart trok me eigenlijk meer, de uitdaging is groter, dacht ik. En tegelijkertijd realiseerde ik me dat 500 meter zwemmen, 40 kilometer fietsen en tien kilometer hardlopen wel eens teveel van het goede zou kunnen zijn. En dat zit hem dan dus in die tien kilometer hardlopen, dat trek ik niet. Dus dan maar eens voorzichtig beginnen met de achtste… meer kan altijd nog.

En dus heb ik me opgegeven voor de vrouwentriatlon in Utrecht. En ik begin het toch wel spannende nieuws schoorvoetend bekend te maken aan mijn omgeving. Schoorvoetend want ondanks mijn goede conditie twijfel ik toch ook nog wel… aan mijn eigen kunnen. En dat doe ik dus altijd, twijfelen aan mijn eigen kunnen nadat ik heb me opgegeven.

‘Ik ben veel te langzaam en sla een pleefiguur, dat kleding en discipline wisselen dat kan ik toch helemaal niet. Zwemmen in open water vind ik eigenlijk heel erg vies. Ik heb een hekel aan vissen en wier in het water.’ Zo maar wat gedachtes die door mijn hoofd gaan nu ik me heb opgegeven.

Honderden uitvluchten bedenk ik om misschien toch wel niet te hoeven. Dat gevoel gaat de komende tijd in mijn hoofd nog verder groeier. Dat weet ik omdat ik dat ook heb bij alle andere officiële wedstrijdjes waar ik aan mee heb gedaan. En ondanks dat ik weet dat ik spoken in  mijn hoofd kweek kan ik die gedachtegang maar niet doorbreken.

Op de dag zelf moet je me niet tegen komen. Ik ben gespannen tot op het bot. Als je in de weg loopt krijg je een sneer. De twijfels groeien uit mijn oren. Uit ervaring weet ik dat ik ga. En uit ervaring weet ik dat ik pas kan genieten als ik thuis op de bank zit. En dat, dat vind ik zo stom van mezelf. Dat ik de lol niet heb tijdens de prestatie zelf. Dat ik niet kan genieten van het sportmoment. Ik ben toch geen prof, ik hoef toch niemand iets te bewijzen, ik hoef niet te winnen. Ik moet alleen maar genieten. Waarom kan ik dat maar niet.

Lees hier de eerste bijdrage van Monique

 

 

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.