100 dagen sportrusten, beter sporten door anders adem te halen, dat is wat Myra – die wij tijdens de Den Helder Maastricht loop die we met 50 vrouwen liepen, leerden kennen – nu doet. Wij waren nieuwsgierig en vroegen haar om over dat sportrusten te bloggen. Haar eerste week zit er inmiddels op: hoe is het Myra vergaan?

En toen was het zover: mijn eerste week van het Sportrusten schema was aangebroken. Van tevoren had ik al even geoefend met het lopen op hartslag, omdat ik dat nooit eerder had gedaan. Dat viel nog wel tegen: niet alleen werd ik enigszins nerveus van het getril van mijn horloge, iedere keer als ik boven mijn hartslagzone kwam, maar ook omdat ik harder moest lopen dan ik had verwacht.

Mijn D2 tempo bleek zo’n beetje gelijk te zijn aan mijn gemiddelde wedstrijd tempo. Dat was dus zwoegen, terwijl ik het beeld voor ogen had dat dit zo’n relaxed schema zou zijn. Had ik dan altijd langzamer gelopen dan ik kon? Of was er een andere verklaring?

Dat de ene D2 de andere niet is, bleek echter toen ik tijdens mijn eerste ‘echte’ training al snel  in een D3 tempo terecht kwam, terwijl ik niet eens zo snel liep. De sleutel moet volgens mij worden gezocht in de omstandigheden: het was die dag warm en benauwd, en ik was niet helemaal fit. Ik neem dan ook aan dat dit het grote verschil is tussen lopen op tempo en lopen op hartslag.

Het fijnst vond ik echter de 5 kilometer die ik op mijn gemak kon lopen, zonder te letten op hartslag. Dit was lekker ontspannen lopen! Maar als ik wil dat mijn tijden verbeteren (en stiekem wil ik dat toch wel een beetje), moet ik ook de D2 en D3 trainingen doen op de hartslag die voor mij is berekend. Aan de bak dus!

Wat ik daarnaast merkte, is dat het best veel verschil maakt of je drie keer in de week loopt, of vier keer. Die kortere stukjes zijn weliswaar iets gemakkelijker in te passen op een dag dat ik werk, maar als je, zoals ik, in één week vier dagen werkt, een etentje hebt, een yogales volgt en ook nog wil zwemmen en fietsen omdat je gaat meedoen aan de vrouwentriathlon in Beesd, is het een beetje proppen.

Dus liep ik in mijn eerste week op drie achtereenvolgende dagen, iets dat ik nog niet eerder had gedaan. Gelukkig ging het me gemakkelijk af, juist door die korte stukjes.

Ook de volgorde van de trainingen heb ik een beetje naar mijn hand gezet, waardoor de eerste week niet helemaal representatief was voor de rest van het schema, maar ik heb alle afstanden gelopen, in – ongeveer – de goede hartslag. Misschien heb ik een beetje gesmokkeld, ook omdat ik in de eerste negen dagen twee keer meeliep met een evenement. Wel de goede afstanden (7 kilometer), maar mijn hartslagzone heb ik pas achteraf bepaald. Die kwam in de buurt van de hartslag in mijn schema, dus ik reken het zelf gewoon goed.

Natuurlijk is het nog te vroeg om te zeggen wat het effect is, maar feit is dat ik me prima voel. Steeds als ik heb gelopen, heb ik daarna nog voldoende energie over. Iedere volgende training sta ik te popelen om weer mijn hardloopschoenen aan te trekken en op pad te gaan.

Kortom: hoewel ik nog maar net ben begonnen, is het begin veelbelovend. De echte test komt naar mijn idee echter over twee weken, als ik een 10 kilometer voluit moet lopen, om te zien of ik sneller ben geworden. Jullie gaan het lezen!

Liefs,
Myra

image

 

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.