Veerle doet graag aan krachttraining. Hard werken in het krachthonk, elke keer een beetje sterker worden en vooral ook trots zijn op haar vorderingen. Klinkt prima toch? Op zich wel, maar regelmatig wordt haar krachttraining verstoord door rare snuiters. Vaste sportschoolbezoekers herkennen ze feilloos.

Ik doe graag aan krachttraining. Een trainingsschema op (laten) stellen, je daar dan ook aan houden en elke keer zichtbaar sterker worden. Als ik terugkijk in mijn schema en ik zie welke gewichten met welke herhalingen ik opeens wel aankan, maakt me dat ontzettend trots op mezelf. Daar heb ik toch maar mooi hard voor gewerkt.

Maar waar ik niet zo goed tegen kan is naar de sportschool gaan. Op zich is er met mijn sportschool niets mis hoor, begrijp me niet verkeerd. Lekker dichtbij, alle faciliteiten voorhanden, helemaal prima. Maar de mensen die er komen.. Dat is helaas een heel ander verhaal..

De puberjongens. Die komen het liefst in groepjes van een man of vier, vijf. Met hun dunne lijfjes met schriele armpjes in veel te wijde hemdjes (ik hoef jullie tepels echt niet te zien) staan ze met z’n allen bij hetzelfde apparaat. Daar doen ze om de beurt hun oefeningen, waarna ze zich weer en groupe verplaatsen naar het volgende apparaat. Kunst bij de puberjongens is om nooit los te komen van de groep, want dan loop je gevaar.

De zweters. Dit zijn vaak mannen die hard trainen (wat op zich goed is). Het nadeel is dat ze maar één setje kleren hebben die ze het liefst zo min mogelijk wassen. Wie heeft hen ooit verteld dat oud zweet lekker ruikt? En om het dan nog erger te maken leggen precies deze mensen nooit een handdoekje op het apparaat dat ze gebruiken. Als jij eindelijk aan de beurt bent ruik je voor je het weet naar hun oude zweet.

De loerders. Overal waar jij staat, staan zij ook. Je voelt hun ogen in je rug prikken tijdens een oefening, of je ziet ze opeens via de spiegel ongegeneerd naar je staren. Een enkele keer begint zo’n loerder dan ook nog een gesprekje tegen je net op het moment dat jij in een compromitterende houding staat. “Goh, interessante oefeningen doe jij zeg..”

Maar het allerergste vind ik de Kayla Itsines meisjes. Meisjes (of jonge vrouwen) die hun geloof hebben gelegd in een hype. Ze halen het schema van internet, kopen een nieuw sportsetje (het liefst iets dat lijkt op wat zij ook draagt) en gaan naar de sportschool. Daar houden ze zich vervolgens helemaal niet aan het idee van de methode “Even wachten hoor, even op adem komen”. Nee! Het is juist de bedoeling dat je buiten adem raakt! Maar het doet me echt pijn om te zien dat ze bijna elke oefening helemaal verkeerd uitvoeren. Als hypermobiele sporter weet ik hoe belangrijk een goede uitvoering is. Na een paar weken zie je die meisjes ook niet meer terug, misschien met een blessure, misschien teleurgesteld thuis omdat het beoogde resultaat uitblijft.

Elke keer in de sportschool vecht ik tegen de behoefte om die meiden aan te spreken. “Huur gewoon een personal trainer in voor één les, hij kan ook een schema voor je maken en je uitleggen hoe je de oefeningen moet doen. Zo’n personal trainer leert je misschien ook dat je een mega-resultaat niet in 12 weken krijgt, maar dat je daar heel lang en heel hard voor moet werken.” wil ik zeggen, maar in plaats daarvan richt ik me op mijn eigen workout. Want daarvoor ben ik er toch?

Tot gauw!
Veerle

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.