Ik zit in de bus op weg naar het station. Het is bijna weekend en ik heb net de hele dag gewerkt. Het ging niet vanzelf vandaag, ergens halverwege de middag begon het: niezen, snotteren en langzaam maar zeker liep ik vol. Nu ik in de bus zit voel ik mij helemaal ellendig. Ik dein wat heen en weer en ondertussen voelt mijn hoofd steeds zwaarder. Via de trein uiteindelijk thuis komend weet ik bijna zeker dat ik ziek ga worden maar ik wil er nog niet aan toegeven.

Die avond besluit ik nog naar mijn paard te gaan. Als dit doorzet en ik straks het hele weekend plat kom te liggen, weet ik dat het te lang gaat duren voordat ik hem weer ga zien. Weer thuis voel ik me koud en beroerd en duik gelijk met een laag kleding en een warme kruik het bed in. De volgende ochtend sta ik nog braaf op om naar mijn werk te gaan maar halverwege de dag keer ik terug naar huis. Ik ben echt ziek. Afwisselend heb ik het warm en koud, word ik ontzettend misselijk en dan weer niet en de rest van de dag verblijf ik op de bank onder een dekentje.

Ik mail de dag dat ik ziek naar huis ga gelijk degene die mijn trainingsschema heeft opgesteld. Dit ziek zijn betekent namelijk dat ik mijn interval training en lange langzame duurloop van deze week moet overslaan.
Ik krijg daar wel een beetje stress van, want deze week en volgende week ga ik echt de kilometers maken die in de buurt van de halve marathon in Amsterdam komen en als ik ziek ben zoals nu kan ik alleen volgende week in training voorbij de 16 km kan gaan. Bij mijn vorige halve marathon waren het nou juist de kilometers na de 16 die het zwaarst waren.
Helaas is het nu even niet anders en ik krijg als advies om in ieder geval voor elke dag ziek ook een dag looprust in te plannen en daarna gewoon rustig mijn schema weer verder op te pakken.

Terwijl ik ziek op bed mij druk maak om mijn kilometers en het missen van mijn renrondjes zie ik op Facebook allerlei foto’s voorbij komen van mensen die heerlijk zijn wezen hardlopen. En Rose schrijft ene jubelend blog over hoe ze weer terug is en een lekkere duurtraining heeft gedaan. Iedereen loopt hard, iedereen traint, iedereen gaat verder dan 16 km en ik? Ik lig in bed. Het lijkt ook gewoon wel meer op te vallen nu ik het zelf even niet kan.
En dan – terwijl ik Facebook de hele dag in de gaten houd – zie ik een bericht voorbij komen over een vrouw die het weekend 244 km heeft hardgelopen! Wauw denk ik, hoe dan!? Even twijfel ik of ik het wel goed gelezen heb. Staat daar echt twee vier vier ki-lo-me-ter?! Ik vraag me af hoe ze daar in hemelsnaam voor traint. Mijn eerste gedachte is dat ik mij niet kan voorstellen dat iemand naast een baan zoveel tijd heeft om te rennen maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik besluit haar te googelen. Ik vind een interview met haar op internet.

Haar naam is Wilma Dierx ze is lerares Nederlands. Ze is begonnen met de marathon en vond dit zo leuk dat ze verder is gaan rennen. Inmiddels rent ze vier keer in de week 20km onderweg naar haar werk. Terwijl ze die afstand aflegt haken er onderweg mensen bij haar aan. Ze doet een of twee keer in de week interval training en elk weekend rent ze een hele dag. Ze pakt de trein naar de mooiste plekken om daar te gaan rennen. Daarbij neemt ze ook regelmatig mensen mee. En als haar word gevraagd hoe je de stap naar ultra runner maakt is haar antwoord simpelweg wanneer je de marathon kan lopen dan is 10km verder ook niet zo’n grote stap.

Na het lezen van haar verhaal denk ik niet gelijk “ik word ultra runner.” Helemaal niet maar ik denk wel “wauw wat zijn er een mogelijkheden met hardlopen!” En ik vind het fantastisch om te lezen dat iemand zo kan genieten van het lopen. Als ik overigens de snelheden zie die zij neerzet op wedstrijden dan vind ik dat behoorlijk indrukwekkend gezien de tijd dat je aan het rennen bent. En stiekem zie ik mezelf ook wel de trein pakken naar de Veluwe om daar de hele dag rond te rennen. In de realiteit moet ik überhaupt nog mijn eerste marathon gaan lopen maar het idee dat het bij de marathon niet stopt doet iets met mij. Het heeft ongetwijfeld ook te maken hebben met het feit dat ik nu even niet mag lopen maar als ik die marathon echt leuk ga vinden dan bel ik Wilma Dierx. Want ze schijnt naast een super loper ook nog eens een ontzettend gezellig mens te zijn.

foto en bron: womenon

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.