Ik ben er uit: het is onvoorstelbaar leuk om te lopen op de baan. Ik wilde dat al wel een tijdje proberen, maar durfde dat eigenlijk niet. Toen ik nog wielrende en trainde met de club, vond ik het meestal helemaal niet leuk en ik was bang om dat bij de atletiek vereniging ook te hebben. Maar inmiddels ben ik zo blij dat ik toch ben gegaan en helemaal na gisteren, want Rhodé kwam voor de eerste keer met me mee.

Voet er in, op mijn teen, handen voor me uit op de grond zetten en mijn andere voet erbij zetten. Handen op mijn vingertoppen voor de lijn zetten en met mijn schouders er iets boven. Voelen met mijn knie of de afstand tussen mijn been en elleboog goed is. Spanning op mijn benen brengen en mijn hoofd laten hangen.
“Klaar!” klinkt het naast me en ik breng mijn kont omhoog. Mijn benen niet gestrekt, de ene in een hoek van ongeveer 90 graden en de andere op pak m beet 120. Ik hoor een klap en ga!

 

Hardlopen op de baan

Omdat ik het vermoeden heb dat ik een explosief lijf heb, ga ik de hele zomer sporten op de baan. Twee keer per week, met de sprintgroep van AV Daventria. En dat doe ik niet alleen. Sinds gisteren gaat Rhodé met mij mee. Ons sportieve plan voor dit jaar was simpel: Rhodé ging voor de marathon en ik voor de 100m. Daarvoor zouden we twee keer in de week samen aan krachttraining doen en de rest van onze trainingen waren apart. Volgens het plan. Logisch, want wat moet een marathonloopster nou met een sprinttraining? Toch?

Omdat Rhodé nog wel wat aan haar techniek mag werken heb ik haar meegevraagd naar de baan. Op maandag trainen zowel de sprinters, de mila-groep* en de duurlopers op de baan. Elke groep een eigen trainer, elke groep een eigen training, maar wel op dezelfde baan. Voor Rhodé en mij is dat de uitgelezen kans om een soort van samen te trainen en toch ons eigen ding te doen.

De baan is een hele leuke plek om te trainen. Zowel voor lopers die van het kortere werk houden als voor lopers die lange afstanden lopen. Veel marathonlopers kiezen ervoor m in de zomer op de baan te trainen. Zo werken ze aan hun snelheid en hebben – doordat ze met een trainer trainen – de kans om hun techniek bij te schaven.
Om op de baan te lopen moet je wel lid worden van de lokale atletiekclub en je moet op trainen op gezette tijden. Maar verder is het een hele vrije bedoening. Vooral voor recreatieve lopers zoals Rhodé en ik. Als we een keer niet kunnen is dat niet erg. En als je een keer een andere discipline in de sport wilt proberen kan dat ook wel. Tenminste, bij AV Daventria, de vereniging waar wij bij trainen.

10922876_10152827873521687_6795238000400131402_n

 

Sprinten

Sprinten kan niet iedereen. Het is iets wat aangeboren is, het zit in je spieren of niet. Dat heeft te maken met de samenstelling van je spieren en de verschillende soorten vezels. Een sprinter heeft meer snelle vezels en kan daardoor veel sneller starten dan een duursporter. Een duursporter kan wel trainen op de sprint, maar zal nooit of te nimmer dat explosieve vermogen van een sprinter krijgen. Maar sprinten is meer dan een snel spierenpakket. Sprinten is ook veel trainen op korte stukjes, techniek, starten en je eerste stappen. Want zonder techniek is zelfs de explosiefste sporter nog langzamer dan een sprintende duursporter. Je sprintvermogen neemt met de jaren af en de meeste sprinters hebben hun piek als ze ergens in hun twintiger jaren zijn. Bij duurlopers is dat anders, de hardheid en het duurvermogen komt juist met de jaren. Hun piek is net even wat later en houdt langer aan.
Mijn training begon gisteren om zeven uur en die van de duurgroep van Rhodé om half acht. Terwijl er voor mij een startblok werd klaargezet, rende zij haar rondjes. Voor mij is het trainen met de sprintgroep nog best spannend. Iedereen in de groep is sneller en jonger en ondanks dat ze allemaal erg aardig tegen me zijn, voel ik me zo nu en dan toch een beetje een muts. Die mevrouw van 38 die ook iets nieuws wil doen. Daarom was ik maar al te blij dat Rhodé er ook was. Met haar had ik maar mooi mijn mede-muts op de baan en dat motiveerde me om extra hard mijn best te doen. Iedere keer bij het voorbij rennen gaf ze me een lach of knipoog. Ik had maar mooi mijn mattie mee op de baan. En ook al trainden we niet helemaal samen, ik merkte wel steeds dat ze er was. De wetenschap dat Rhodé er was maakte dat ik me net iets zekerder voelde. Vooral toen ik in het startblok moest gaan zitten. De jongens waarmee ik train, hadden er al een paar sprintjes opzitten en ik zat daar maar in mijn startblokje.

 

Startblokken

Een startblok is een aluminium rail met twee blokjes voor je voeten. Deze kan je precies zo instellen dat het voor jouw lijf goed is en dan kun je erin gaan staan. Het is een hulpmiddel om je start te versnellen en dit komt door de houding die je erin aanneemt. Door je voeten tegen de blokjes aan te zetten kan je je benen op spanning brengen en iets naar voren leunen. En als dan het signaal gaat ben je net een raketje wat door de opgebouwde spanning in je benen afgevuurd wordt.

Op een plaatje ziet een startblok er heel simpel uit, maar als je er zelf in staat voel je dat het anders is. Niet alleen voel je je spieren door de ongemakkelijke houding en de spanning die je opbouwt, ook leun je op je vingers en mag je niet bewegen.

Omdat ik gisteren voor de eerste keer trainde met een startblok, moest ik beginnen met er in staan en voelen wat ik doe. Hoe ik spanning op mijn benen breng en waar ik met mijn schouders zit. De jongens naast me hadden al meerdere sprintjes gedaan toen ik eindelijk een keertje mocht.
In de starthouding, billen omhoog en gáán. Als je in het startblok zit en voorover leunt is het de kunst om net niet op je plaat te gaan als je héél snel weg rent. Meteen zet je je spieren aan en knalt met hele strakke bewegingen weg. Pats, pats, pats en je denk maar aan één ding: de finish.
Inmiddels was Rhodé klaar met haar training en kwam ze met mij meedoen. Met onze startblokken naast elkaar. Ik kan je vertellen dat wij geen vrouwelijke Usain Bolt zijn hoor. Starten is onwijs moeilijk, wat wij deden was uit het startblok joggen, met zwieberarmen en veel gelach. En dat hebben we ene keer of tien herhaald. Zitten, klaar en start. Zitten, klaar en start. En hoewel onze techniek ver te zoeken was, vonden we het beide heel erg gaaf. Zo gaaf dat Rhodé nu overweegt om twee keer in de week te trainen. De ene keer met de duurlopers, maar de andere keer met de sprinters.

Dit gaat een leuke zomer worden!

Liefs Rose

* Mila staat voor middenlange afstand, dat is 400 tot 5000 meter

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.