Ren Roosje Ren

Op dit moment heb ik de snelheid noch de kracht om te sprinten. Ofwel, ik ben langzaam. Ook op een stukje van maar 80 meter. Dit komt mede door mijn hamstring, die is nog aan het herstellen van twee weken terug. Daardoor kan ik mijn been niet op spanning brengen en loop ik te wiebelen. Ook komt het door mijn hoofd, ik ben geschrokken van mijn eerste hamstring blessure en de 24 uur pijn en kramp ik daarna had en durf nu net niet voluit te gaan. Tot slot is het maar goed dat ik geen snelheid en kracht heb, want technisch gezien ben ik een leuk explosief vrouwtje, maar sprinten? Dat kan ik nog niet. Niet zo gek, vandaag had ik mijn derde training.

 

Sprinten is meer dan snel rennen

Zoals de vaste lezers van onze site wel weten, ben ik dol op techniek en besteed ik daar in mijn stukjes, workshops en ook mijn eigen trainingen maar al te graag aandacht aan. De juiste techniek kan er voor zorgen dat je de finish haalt. De juiste techniek kan ervoor zorgen dat je kans op blessures verminderd. Maar met een wat mindere techniek kom je er op de langere afstanden ook wel. Met een gezonde dosis karakter en misschien een beetje een houten kop kan iedereen uiteindelijk wel een marathon lopen. Maar bij sprinten? Bij sprinten ligt dat anders. Zonder de juiste techniek doe je aan versnellingen. Zonder de juiste techniek kan-je-niet-sprinten! Zonder de juiste aangeboren explosiviteit overigens ook niet, maar dat is een heel ander verhaal. Ik trainde vanavond 80 metertjes. Deze trainde ik niet op snelheid, maar op techniek. Met andere woorden, ik mocht niet versnellen en ik mocht niet beuken. Wat ik moest doen was met mijn voeten de grond zo kort mogelijk aanraken.

 

80 meter is best lang

Zo’n training duurt anderhalf uur. Eerst een beetje warmlopen, dan wat rekken, strekken, loopscholing, oefeningen, losmaken, warming-up en nog veel meer dingen waarbij je staat te puffen en steunen en dan begint het rennen. Eerst een paar versnellingen van 150 meter die we met de hele groep doen en dan iedereen die zijn eigen programma draait. Voor mij was dat 3 setjes van 2 keer 80 meter. Niet voluit. Misschien klinkt dat voor veel mensen heel saai of zelfs wel vervelend. “Wat heb je er nou aan om 80 meter te rennen, dan te wandelen en dan weer 80 meter te rennen?” vraag je je misschien af. En dat snap ik wel, hardlopers die van duurtraining en lekker lopen in hun ritme houden, willen liever door en als het even kan niet steeds hetzelfde stukje herhalen. En dat is waar ik verschil van deze duurlopers, want ik geniet van steeds weer dezelfde 80 meter. Het daagt me uit, het confronteert me en zet me keihard aan het werk. En als ik het goed doe is geen één van de 80 meters die ik op zo’n avond loop hetzelfde. Want het is mijn taak om te voelen wat ik fout doe en dat te verbeteren. Keer en keer en keer op keer. En dat vind ik mooi. Lopen, voelen, ervaren, verbeteren. Tussendoor aan mijn trainer vragen wat ik beter kan doen en dat, terwijl ik even wandel in mijn kop prenten.

 

Be the machine

Sprinten is heel moeilijk, sprinten maakt je moe en het zorgt voor spierpijn. Maar vooral is sprinten seconde werk waarbij elke beweging of aanspanning van je lijf telt. Een foutje kost snelheid en dat herstel je op zo’n korte afstand echt niet meer. Sprinters zijn in mijn ogen de perfecte atletenmachines. Ze zijn de keizers en keizerinnen van de hardloopsport. Daarom bewonder ik ze en daarom wil ik er eentje zijn. Ik train ervoor, steeds hetzelfde stukje opnieuw. En hoewel ik nog een hele lange weg te gaan heb, wierp mijn inzet vandaag zijn vruchten af. Want ergens tussen het vierde en het vijfde 80-metertje wat ik deed, gebeurde er iets in mijn hoofd. Ik liep in mijn eentje over de baan en terwijl ik dat deed dacht ik na over hoe mijn voeten neer te zetten. Voelde met mijn core hoe ik deze aan kon spannen en rechte mijn rug en opende mijn borst. Heel even was ik niet meer Rose die ook wat nieuws probeert. Heel even voelde ik me een atleet. En mijn gedachten waren bezig met de 80 meter die ik doen zou. Ik zag hem al voor me en voelde wat ik moest doen terwijl ik nog lang niet aan het rennen was. Ik keek voor me uit over de lege baan. En zag alleen nog maar de finishlijn. Ik haalde adem en ging. En voor de eerste keer sinds ik hardloop voelde alles even helemaal goed. Ik liep vast nog niet als een sprinter, maar deed het zo goed mogelijk als ik nu op mijn niveau kan. Heel even was ik The Machine. En voor de eerste keer was 80 meter ook niet eens zo heel ver. Ik wist alle dingen waar ik die avond op trainde samen te brengen op één moment. En dat is waar ik het voor doe. Waarom ik deze zomer datzelfde stukje baan zal blijven rennen, want ik geloof dat ik – als ik mijn best doe – elke keer als ik daar ren iets kan leren.

80 meterjes….. beter dan een runnershigh!

Oh en het laatste 80 metertje van vandaag? Tja, daarbij zwalkte ik gewoon weer alsvan ouds als een veulen over de baan, ik heb nog veel te leren.

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.