Ik dacht dat opgeven niet in mijn woordenboek stond… maar wat blijkt? 100 bladzijden na de Z staat het er toch. Mijn grens is vandaag bereikt. Ik ben uitgestapt tijdens de hele triathlon Almere. Dit is mijn verhaal…

49 dagen voor de wedstrijd: Ironman Zürich. Ik heb mentaal behoorlijk moeten graven om de finish te halen.
42 dagen voor de wedstrijd: ik besluit zonder coach verder te trainen. Ik heb momenteel geen zin in een vastomlijnd schema. Ik wil doen waar ik zin in heb en wat op dat moment goed voelt om te doen. Is dat 5uur fietsen, dan is het vijf uur fietsen. Voelt het niet goed…dan fiets ik korter. Zo ook met lopen en zwemmen.
28 dagen voor de wedstrijd: ik kom thuis met een gemiddelde snelheid op de fiets, die ik eerder dit jaar niet haalde tijdens wedstrijden. En het voelt makkelijk aan! Ik heb al een tijdje geen last meer van de zere benen die ik voor en tijdens Zürich wel voelde.
23 dagen voor de wedstrijd: ik schrijf mij in voor de Challenge Almere-Amsterdam, tevens EK en NK Long Distance dit jaar. Niet dat ik daar enige kans op zou maken, maar het klinkt wel interessant 😉
22 dagen voor de wedstrijd: ik loop een duurloop in de stromende regen, in een hoger tempo, met dezelfde hartslag als weken daarvoor. Het voelt goed!
14 dagen voor de wedstrijd: ik heb er ontzettend veel zin in! Maar…de longen zijn af en toe pijnlijk na inspanning.

 

Verkouden triatleet

11dagen voor de wedstrijd: weer snipverkouden, zere longen en tegen koorts aan. Het scenario wat ik voor de Ironman Zürich mee maakte, lijkt zich te herhalen. Sh!t!

En dan…wat kun je dan? Extra vitamine C, extra rusten, extra veel slapen, stomen, weerstandskuurtjes, geen intensieve trainingen meer en heel hard hopen en mensen laten duimen dat ik fit genoeg ben om de wedstrijd te kunnen finishen.

7 dagen voor de wedstrijd: de longen doen geen pijn meer, ik knap op en de trainingen gaan weer makkelijker. Ik doe nog wat rustige trainingen, met korte stukjes op de beoogde wedstrijd hartslag.
2 dagen voor de wedstrijd: er is mogelijkheid om het zwemparcours ‘te verkennen’. Op zich handig, want zo kun je bepalen waar je tijdens de wedstrijd heen moet navigeren. Ik zwem het rondje heel relaxed in nog geen 33 minuten. Achteraf was er veel gemopper over dat de ronde veel te lang zou zijn. 2,1 km, of zo, werd er geroepen, terwijl het maar 1,9 hoeft te zijn. Ach, voor mij maakt een meter meer zwemmen niet uit. Hoe langer hoe beter 😉 maar ik zet het wel direct uit mijn hoofd dat ik dus niet hoef te verwachten om onder het uur te zwemmen, als het daadwerkelijk te lang zou zijn. Daar gaat mijn wens weer…
1 dag voor de wedstrijd: ik ben gespannen. Niet nerveus, want ik weet wat er komen gaat. Als ik gewoon mijn ding doe, zou ik de finish moeten kunnen halen. Het zal geen toptijd worden, zo kort na Zürich. Maar ik heb ontzettend veel plezier in wat ik doe. Ik ga naar de briefing, haal mijn spullen op, lever mijn fiets in, klets her en der wat en ga weer naar huis.

Wedstrijddag

D-day: de wekker is niet afgegaan om 4:30 en om 5:05 schrikt Martijn wakker. Ik heb heerlijk en lang geslapen. Van 21:00-05:00, best knap! Gelukkig lag alles al in de auto en staat mijn fiets al in het parc-ferme. Het is een kwestie van aankleden, ontbijten, naar de wc en weg. Om 5:50 zijn we in Almere Stad. Het parc ferme is nog niet open… Na het openen, hang ik rustig mijn fiets- en loopspullen weg in de bijbehorende tassen. Ik klik mijn schoenen alvast op de pedalen. Na nog een keer naar de wc, neem ik een gel en helpt Martijn mij om mijn wetsuit op de juiste manier dicht te doen. In het startvak probeer ik alvast vooraan te gaan staan.

5 minuten voor de wedstrijd: ik lig op de eerste rij te wachten. Wat duren vijf minuten lang in het koude water! Langzaam aan voel ik mezelf helemaal koud worden en wederom lig ik klappertandend te wachten.

BAM!!!

Ik heb geoefend met snel wegkomen om zo eens te proberen in een groep te blijven. Dat valt niet mee met armen waarin het bloed stroop is geworden.
Bij de eerste boei lig ik voor mijn gevoel alweer alleen. Gelukkig zie ik niet al te ver voor mij een grote groep en..warempel…ze komen dichterbij! Ik zwem op iemands voeten mee, dat gaat relaxed! Aan het einde van de eerste ronde ben ik heel nieuwsgierig en kijk, voor het eerst in een wedstrijd, tussentijds op mijn klokje. Ik kijk nog een keer: er staat echt 28:30! Keer twee, plus een beetje verval zou betekenen dat ik ein-de-lijk eens onder het uur zou kunnen zwemmen in een hele. Ik moedig mezelf aan om goed op techniek te blijven zwemmen. Krachtig doorhalen, niet elke slag kijken waar we heen zwemmen en mijn benen blijven gebruiken. Ik geloof er nu zelf ook in dat het gaat lukken. Ik verlaat de groep, of zij kakken in, en sluit aan bij een volgende groep.
Bij het verlaten van het water zie ik 57:45 op mijn horloge staan en wordt er bij de tijdmat 58:01 genoteerd. Yes!! Met een grote grijns ren ik naar de tassenkelder. Waaah!! Het is gelukt! Later blijkt dat ik de snelste zwemtijd heb bij de Agegroup vrouwen en de 4e zwemtijd van alle vrouwen. Gaaf!

 

Slechte benen

Mijn hartslag is zo hoog als tijdens een 10km hardloopwedstrijd. Oké, nu weer rustig. Ik prop mijn wetsuit in mijn tas…voor ik mijn mouwtjes eruit heb. Oeps.
Al rennend naar mijn fiets doe ik mijn mouwen aan en niet veel later zit ik op de fiets.

Meteen voelen de benen niet goed. Ik besluit het te accepteren en te negeren. ‘The sound of the wind is whispering in your head’ (Dotan – Home) gaat voor mij niet op. Op de Oostvaardersdijk staat een foeilelijke wind. Ik word ingehaald door triatleten die mij normaal gesproken pas later in een wedstrijd inhalen. Het lijkt of ik stil sta. Ik ploeter en ploeter en probeer positieve dingen te zien. Vier zwanen die over mij heen vliegen (wat een geluid maken ze met hun vleugels!), de aanmoedigingen die ik krijg, ik ben toch maar weer gestart, er zijn mensen speciaal voor mij gekomen…etcetera. Daarnaast let ik er goed op dat ik mij aan mijn voedingsplan hou. Wie weet gaat het straks beter…

Als het beter gaat straks, dan is het nu belangrijk mezelf goed te blijven verzorgen. Er rijden groepjes mij voorbij, terwijl dit een niet-stayerwedstrijd is, en er knapt wat. Dit is wedstrijdvervalsing, zo jammer! De eerste tranen prikken. Ik ga het niet redden vandaag. Door mezelf af te leiden, lukt het even om weer wat meer druk op de pedalen te krijgen in combinatie met de wind in de rug. Ik kan een tandje bij schakelen. Misschien gaat het straks weer beter…

Ik hou het vol tot de Winkelweg. Ondanks de wind mee, voelt het zó zwaar…mijn bovenbenen doen zó erg pijn en mijn longen beginnen ook te protesteren. Ik kijk in mijn eigen schaduw of iemand een stomme grap uithaalt en mijn zadel vast houdt. Dat is niet zo. Vervolgens stap ik af om te controleren of ik misschien een lekke band heb. Dat is ook niet zo. De eerste prikkende tranen beginnen nu te stromen. Ik ga het niet redden vandaag. “Wellicht gaat het straks beter…” denk ik nog.

Hulptroepen

De wens om te finishen wordt groter, maar het lukt niet om de knop om te zetten om te accepteren dat het gaat zoals het gaat. Ik kan ook niet meer genieten van de aanmoedigingen en reageer nauwelijks. Zo vind ik het niet leuk meer.
Ondertussen bedenk ik mij de meest vreemde dingen… Ik kan afslaan en naar huis rijden. Ik heb alleen geen sleutel en mobiel om iemand te bellen. Ohja, ik moet Martijn bellen dat ik stop. Ohnee, dat kan niet. Hij doet zelf de halve triathlon. Dan moet ik Jolanda bellen! Zij staat op de coachpost op mij te wachten en ik loop achter op het schema. Ik moet bellen om te zeggen dat ze de sportdrank kan weggooien. Ohnee, ik heb haar nummer natuurlijk niet mee. Verder bedenk ik wie ik allemaal ken die ooit uitgestapt zijn en hoe erg dat nou eigenlijk was.. Is mijn reden wel reden genoeg om te stoppen… Pfff…het was een druk gesprek met mezelf.
Uiteindelijk besluit ik door te fietsen tot de coachpost. Daar maak ik naar mijn moeder een ‘keel doorsnij’-gebaar. En bij Jolanda aangekomen zeg ik dat ik er mee stop. Tevens komen de tranen weer. Fiona, die er voor haar man staat, vraagt wat er is. ‘Mijn benen doen zo’n pijn, ze zijn leeg…’ Meteen begint ze mijn benen te masseren. Ik snik dat ik net geplast heb en dat dat niet echt fris is…het kan haar niks schelen. Jolanda doet hetzelfde. Wat een lieve coach en extra coach stonden daar!! Bedankt!! Ze zeggen dat ik zelf de keuze moet maken. Er komen wat meer mensen bij ons staan en één meneer zeurt zo dat ik weer moet opstappen…omdat het mogelijk zo weer beter gaat.

Met tegenzin en toch ook een sprankje hoop stap ik weer op. Ik hoop dat ik de knop nog om kan zetten naar genieten en dan maar ‘gewoon’ voor de finish te gaan. Bij het 120 kilometerpunt geef ik op. Het lukt echt niet. De benen doen meer en meer zeer, mijn longen doen pijn. Het is klaar. Ik meld me bij de eerste de beste vrijwilliger dat ik stop. Hij wijst me de kortste weg om terug te fietsen…alsof ik die zelf niet weet. Ik heb helemaal geen zin meer om te fietsen. Ik wil gewoon NU naar de Esplanade. De meneer weet niet wie hij moet bellen voor de bezemwagen en raadt me aan dan nog iets door te fietsen naar de drankpost. De volgende vrijwilliger doet nog een lieve poging: ‘Stap weer op, wellicht gaat het straks weer beter!’ Nee, zeg ik. Het is genoeg voor vandaag. Ik mag Martijn bellen, maar die neemt natuurlijk niet op…hij is dan net zelf gefinished. Hij is derde geworden! Hij wilde graag podium en dat is gelukt!
De bezemwagen wordt gebeld en nog geen vijftien minuten later fiets ik de wisselzone in. Emotieloos. Gek, hoe dat gaat. Ik stop mijn helm en fietsschoenen in de bijbehorende tas in de tassenkelder. Loop naar Bas en vraag of ik met zijn telefoon Martijn mag bellen. Die neemt nog steeds niet op. Dan maar naar de Schouwburg en douchen. Gelukkig ziet Martijn mij lopen en op het moment dat ik mijn douchetas krijg treffen we elkaar.

 

Thuis

‘Het ging gewoon echt niet’, snik ik… Martijn zegt dat het niet erg is en troost me. Ik app iemand ‘DNF’ (Did Not Finish). Of ze naar mij toe zal komen? Ja! Nee..ja…toch maar niet. Ik moet dit even verwerken en van me af spoelen onder de douche.

Na de douche, de massage van Henk en wat te gegeten te hebben, zegt Martijn mij dat ik toch maar moet proberen te genieten van de rest van de dag. We gaan langs het parcours zitten en ik mag 300x hetzelfde verhaal vertellen en krijg verbaasde blikken van mede-triatleten. Ik kan genieten en schiet even vol als Heleen finished. Hoe dichter de tijd bij ‘mijn’ finishtijd komt hoe lastiger ik het vind. Ik blijf wel klappen, juichen en felicitaties geven voor degene die wel vandaag wel finishen.
Alles wordt meteen in perspectief gezet als ik hoor dat er een triatleet tijdens de Off-road triathlon op Ameland is overleden. Er zijn ergere dingen in het leven dan niet finishen. Het doet nu even zeer en dat mag. Ik keek er zo ontzettend naar uit om mijn vijfde medaille in ontvangst te mogen nemen.

Gedurende de nacht komt er vaak ‘wat als…’ voorbij. Wat als ik wel doorgefietst was…wat als ik even langer gestopt was, wat als…. Inmiddels weet ik dat als mijn tante een piemeltje had, dat het mijn oom was geweest. Kortom: Ik schiet er niks mee op.
De zondag heb ik toch wel behoorlijk wat spierpijn. En dat na maar 120km fietsen en een uurtje zwemmen. Voor mij een teken dat mijn keus juist is geweest.

Bedankt Vicoos en Polaroid dat ik weer goed verzorgd aan de start stond. En bedankt iedereen die mij aangemoedigd heeft en gesteund heeft. Zowel voor als na de wedstrijd!

Nu goed herstellen en uitrusten. Volgend jaar revanche? Ik denk het wel! Maar dan wel weer met een coach.

5 Comments
  1. Och wat kunnen die drie letters in je hart snijden… De plaatselijke triatlon vereniging had al gewaarschuwd voor die straffe wind op de dijken. slopend!

  2. Wat een respect heb ik voor je! Zo’n beslissing maken en erover vertellen vergt veel moed! En buiten dat veel respect dat je er toch zo voor hebt getraind en wat je toch maar hebt gepresteerd!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.