Angst op de fiets

Bang op de fiets, Roos – onze nieuwste blogger – is wielrenster. Ze rijdt wedstrijden en kan heel hard fietsen. Met haar blogs geeft ze ons een kijk in haar leven. Want wij vinden echte rensters misschien wel stoer, maar wat blijkt? Ook zij vinden wat ze doen nog best wel wat… zoals veldrijden bijvoorbeeld.

Lange tijd is het afwezig, maar soms ineens terug in vol ornaat: angst. Op mijn fiets. Niet nieuw maar het verrast me toch elke keer weer onaangenaam. Waarom zit hier ik hier als een klein kind met samengeknepen billen op mijn fiets iets te doen waarvan alles in mijn lijf schreeuwt: nee! Eigenlijk wil ik mijn trainer zeggen ik stop er mee, ik stap af, dit wil ik niet. Het verbaast me dat angst me fysiek lijkt tegen te houden. En toch stap ik elke week weer op mijn crosser.

Natuurlijk is angst als wedstrijdrenster me niet onbekend. Die eerste paar wedstrijden in het seizoen waar je met een gangetje tussen de 40 en de 50 kilometer per uur met zo’n 150 dames op de racefiets over een landweggetje raast… even slikken en concluderen dat dit er bij hoort. En dan snel weer focus op het doel van de dag: die ontsnapping, die beklimming of het helpen van een ploeggenootje. Eigenlijk moet ik zeggen dat ik op mijn racefiets en ook de MTB in volle vaart over een single track vaak het gevoel heb van dit kan ik! Hier ben ik voor gemaakt! De adrenaline vind ik heerlijk.

De veldritfiets geeft me dat gevoel dus niet. Elke training sinds ik de fiets in september heb gekocht moet ik me het eerste half uur weer voorhouden dat ik dit echt wel kan leren en dat mijn angst om te vallen onrealistisch is. Althans, het vallen gaat wel gebeuren maar over het algemeen heeft dit geen consequenties buiten blubber op mijn kleren en takjes in mijn haar. De vraag is dus waarom ben ik nu zo bang terwijl ik – vaak stapvoets – om een boom of paaltje manoeuvreer?

Het antwoord is denk ik controle. Als wielrenster wil je graag dat je fiets voelt als een verlengstuk van je lichaam. Een verlengstuk wat je in staat stelt om hard te rijden en één te zijn met je fiets en het avontuur. Die controle die ik heb in een voortrazend peloton waarin je naar voren manoeuvreert voor een goede positie. De fietsbeheersing heb ik ook terwijl ik achter wat mannen aan in volle vaart met mijn 29’er (MTB) haast ongemerkt over alle boomwortels dender. Die controle heb ik niet op mijn nieuwste aanwinst: een derdehands crosser.

Tot zover is mijn conclusie dat veldrijden niet mijn ding is, ik ben te onhandig, het gaat ook erg langzaam en je valt vaak om (in mijn geval) en dat is toch gewoon… minder prettig. Ik zou er dus ook gewoon mee kunnen stoppen.

Natuurlijk doe ik dat niet. Ik wilde toch zo vraag veldrijden in het najaar om zo toch regelmatig wat wedstrijdinspanning op te zoeken? Ik ben toch geen mietje? Ik kan dit toch leren? Andere vrouwen kunnen dit toch ook? Als je dit overwint word je een nóg betere wielrenster….! Maar de laatste week vraag ik me toch af: voor wie ben ik nu eigenlijk aan het doorzetten? Voor mezelf? Of voor wat anderen van me vinden?

Komende zondag pak ik lekker de MTB voor een lange rit door het bos.

Fiets armbandje love