Fietsersongemakken

De avondzon staat al laag als ik op mijn fiets de stad uit rijd. Ik voel hem niet alleen op de rug, maar zie ook de gouden kleur van het licht op de straat. Mijn schaduw is lang, ik zie het bewegen van mijn voeten en mijn bovenlijf doodstil.

Ik rij rustig, geen reden om hard te gaan. Daarbij met een baanfiets tussen het gewone verkeer, voel je je al gauw snel. Vlak voor het stoplicht zie ik een tweede schaduw. Van een fietser die in mijn wiel rijdt. Het is geen wielrenner, dat hoor ik aan de geluiden.

‘Het zal wel weer zo’n boerenjongen zijn.’ denk ik zonder om te kijken, ‘die rijden altijd zo hard.’

We komen bij het stoplicht. Het staat nog op rood. Even vrees ik dat hij langs mij naar het paaltje rijdt. Dan moet ik met mijn voet op de grond. Ik hou daar niet van, een voet op de grond. Rustig rem ik af, maar dan zie ik op de teller bij het stoplicht dat het binnen twee seconde op groen gaat. Ik zet druk op de pedalen, span mijn spieren aan. Mijn benen, mijn core en mijn schouders en armen.

Pats! Daar ga ik als het licht op groen gaat. Met zoveel kracht kan hij vast niet optrekken. Hij zal nu lossen en dat gaatje niet meer kunnen dichten. Maar dan zie ik hem weer. Die schaduw. Hij zit weer in mijn wiel. Vervelende vent! Zit zeker naar mijn kont te kijken. Als ik niet op mijn baanfiets had gezeten, had ik in de remmen geknepen.

Ik zet onzichtbaar aan, verhoog mijn trapfrequentie iets. Ik zal hem doen lossen, maar hij lost niet. Op dat moment weet ik zeker dat het een jonge gozer is die in een dorpje woont. Een soort Bauke Mollema die op zij gewone fiets in hoge snelheid met zo’n ligstuurtje hele afstanden aflegt. Dan maakt het dus niet zoveel uit dat hij blijft plakken, deze Bauke Mollema de Tweede. Toch vind ik het lastig om niet nog iets te versnellen. Ik ga wat dieper zitten en trap met meer kracht. Ik kijk naar de schaduw en zie hem niet meer.

Is hij los? Was ik te snel? Of sloeg hij net rechtsaf?

Ik kijk niet, dan laat ik me kennen. Daarbij nader ik het volgende stoplicht al. Het staat op rood, ik moet stoppen. Even op adem komen, ik heb het benauwd. Niet zo gek, ik ben net ziek geweest. Ik hap naar adem zonder het te laten zien. Je weet immers nooit of die gozer in de buurt is.

Dan komt er een fietser naast me staan. Ik kijk opzij. Het is een oudere heer. Ik knik naar hem en hij knikt terug. Het is stil. De zon is nog verder gezakt. Het licht gaat op groen. Ik zet aan, maar de man rijdt sneller weg. ‘Huh, hoe doet ie dat?’ maar dan zie ik het: de batterij. Niets Bauke Mollema, niets superkrachten of een jonge gozer. Gewoon een oude vent met onder zijn bagagedrager een batterij….. ik had het kunnen weten!

Ik kan lachen om mezelf.

xox Rose

Rose

Editor in chief en founder van Stoere Vrouwen Sporten. Rose schreef voor bladen als Fiets magazine, Grinta!, Fietssport en de Flair, Ze merkte dat ze het aanbod voor actieve vrouwen matig vond. Meestal gaat dat over slank zijn en afvallen. Voor Rose is een actief leven zoveel meer. Daarom begon ze deze site. Samen met haar team is het haar missie om zoveel mogelijk vrouwen te helpen vreugde, balans en activiteit in hun leven te brengen. Rose fietst, rent, kookt, schrijft en geniet.