Het is winter. Koude dagen en korte avonden. De tijd waarin Hanneke haar fietsen doordeweeks niet aanraakt en helaas alleen op zaterdagochtend uit de schuur haalt.  De avonden vult ze vervolgens met een bezoek aan de sportschool, de Tacx (op maandag verzorgen wij live trainingen vanaf 20:00 uur op onze facebookpagina hè), of gewoon de bank. 

Die bank, daar heb ik geen problemen mee, ik weet zogezegd hoe de TV werkt en waar de theezakjes liggen.  Die RPM lessen of Tacx trainingen is wel een ander verhaal.  Mijn brein rekent namelijk steevast uit dat een RPM les “maar” 45 minuten is.  Mijn duurritten in de zomer waren soms wel 4 uur.  Dat is meer dan vijf keer zo lang. “Hoe zwaar kan zo’n RPM lesje dan zijn?”

En dus stap ik elke week vrolijk op de fiets.  Klets wat bij met de buurman of buurvrouw, en wacht dan tot de instructeur de officiële les begint.  Uit gewoonte begin ik te zwaar, dus draai al tijdens de warming up de bekende knop naar links. Meestal probeer ik dit trouwens wat onopvallend te doen. Iets met gezichtsverlies.

Na 5 minuten is er geen sprake meer van kletsen…. Mijn benen beginnen te branden en de eerste zweetdruppels liggen al voor de fiets. En hetzij op video, hetzij op het podium roept een enthousiasteling dat de warming up ten einde is, en dat we nu echt aan het werk mogen.

“Zien jullie die top, daar gaan we heen! O wat loopt de weg mooi steil omhoog!”

Vervolgens ligt het meestal aan mijn benen of ik die top daadwerkelijk voor me zie (bij goede benen).  Of dat ik gewoon naar mijn voorganger kijk, die trouwens irritant sportief links rechts links rechts heen en weer beweegt. Die laatste opmerkzaamheid heb ik vooral bij slechte benen.

En als de weg dan heel stijl omhoog gaat, komt daar het voorrecht om te gaan staan op de pedalen. Meestal voel ik mij dan een soort Anna van der Breggen en beeld me dan ook in dat ik zeer vloeiend en soepel omhoog dans. In werkelijkheid ga ik er maar vanuit dat het net iets meer op harken lijkt, en ben ik net iets achter het tempo van de muziek.  Gelukkig roept de enthousiasteling vooraan dat we echt bijna bij de top zijn, en mogen gaan zitten.

Mijn hersens denken dan altijd “ah fijn”, om na een factie van seconde reeds te bedenken dat dat zitten helemaal niet zo fijn is, maar juist veel zwaarder. “Wanneer mag ik lichter??”

En zo gaat het nog zo’n 40 minuten door. Waarbij ik na een half uur vaak echt zéker weet dat we bij het laatste nummer zijn aanbeland. Om vervolgens te horen dat er nog 2 nummers volgen. Waarbij we nog even “lekker kunnen knallen”…

Na dat “lekkere knallen” heb ik meestal het gevoel of ik minimaal vier uur op de fiets heb gezeten. Toch nog.

Hanneke

 

Liefde voor fietsen armbandje

 

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.