Na haar bergavontuur op Mallorca maakte Hanneke zich niet al te veel zorgen toen ze 140 kilometer door de Limburgse ‘heuveltjes’ ging fietsen. “Doen we even”, dacht ze optimistisch. Ze was nog niet eens op de helft toen ze zich realiseerde dat het wel eens een hele lange dag kon worden.

Hoe sportief je ook bent, op welk niveau je ook fietst. Eén ding is voor iedereen gelijk: we hebben allemaal wel eens een slechte dag. Zo’n dag waarop de benen al vanaf kilometer 1 niet meer willen, het hoofd eigenlijk ook niet en ook al schijnt de zon; het wil gewoon nét niet. Die dagen horen er simpelweg bij. Maar waarom zulke dagen nou tegelijkertijd met een geplande toertocht vallen?

Ik keek er naar uit, die toertocht in Limburg. Ja ik moest 140 kilometer fietsen, en ja ik wist dat ik dat nog nooit gedaan had. En ja, ook de hoogtemeters waren mij bekend. Maar aangezien ik net een week in Mallorca was geweest leek me dat geen probleem. “Nee die fietstocht zouden we wel even doen.”
Beginnersfout nummer 1.

Ik dacht niet na over de beginnersfout en ging vol goede moed van start. De benen voelde zelf best lekker die eerste kilometer. Dat we toen bergaf gingen, vergat ik eventjes.  We kwamen aan bij de officiële start en de dag was begonnen. Veel mensen, leuk fietsen en kleding kijken dus.  De eerste “klim” kondigde zich al snel aan, en ik stelde vast dat er behoorlijk wat materiaalpech was. Er liepen tenminste best wat mensen naast de fiets. Toen ik mij realiseerde dat deze mensen de helling simpelweg niet fietsend opkwamen was dat een mentale opsteker. Ha! Ik fietste nog op het zogenoemde grote blad.
Enige minpuntje was dat mijn tellertje onverbiddelijk was. Ik had nog maar 15 kilometer gefietst. En dat voelde toch wel als meer.

Het verval begon zich kortom aan te dienen. De benen werden zwaarder en zwaarder, en ook andere lichaamsdelen gingen zich ermee bemoeien. Mijn lichaam, maar ook mijn moraal begonnen er langzaam genoeg van te krijgen. En ik was pas op kilometer 50.

Gelukkig kwam ik mijn vriend weer tegen, konden we in ieder geval gezellig samen fietsen. Alhoewel gezellig?  Ik was moe, en vooral heel onredelijk. Zo vond ik iedere fietser vooral irritant. Leuke wielershirts? Welnee, “wie doet er nou een felroze shirt aan. Stomme barbie”. “En die man met die bierbuik die mij inhaalde verbeeldde zich zeker ook heel wat”

En zo mopperde ik verder. “Vandaag was blijkbaar niet mijn dag, en ik kon de route inkorten.” Zou ik dat eens voorzichtig voorstellen tijdens een kop koffie? Inkorten kon wel, maar werd niet gewaardeerd. Na een behoorlijk lange stop, stapte ik dus weer op de fiets.  Mopperen koste ondertussen teveel energie, dus werd het een stille tocht. Op weg naar de Vaalserberg. Hierna werd het mentaal iets makkelijker. We moesten namelijk nog “maar” 30 kilometer.

Die 30 kilometer bleken er iets meer te worden.  De route was blijkbaar toch 3 kilometer langer. Toen ik daar achter kwam was ik in staat om de eerste de beste vrijwilliger achter mijn fiets aan mee te sleuren. Totdat ik die betreffende vrijwilliger zag. Bij de finish, een dame met een dienblad met biertjes en cola.  En ineens waren die vermoeide benen vergeten.

Stoere Vrouwen Sporten Shop

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.