De opmerking: “waarom ga je niet een keer met de groep mee?”. Hartslag spontaan in m’n keel. Dat kan ik niet, dat durf ik niet. In een groep rijden, betekende bij elkaar in het wiel. Continue opletten of de voorganger niet een misser maakte. En opletten is niet mijn sterkste kant.

In groepen rijden, hield in: een gebroken sleutelbeen. Dan kunnen ze wel zeggen dat je dat een keer in je wieler”carriere” mee gemaakt moet hebben, maar ik vond een gehavende knie onder mijn jurkje op een zomerdag wel genoeg. Een schaafwond omdat ik niet op tijd uitgeklikt was. En waarom? Tja,…ik lette niet op. Dus.

Half twee verzamelen. Ik werd door een aantal aangesproken. Mannen die mij herkenden maar ik hen niet. Alleen maar helmen en brilletjes. Bescheiden ging ik maar met de langzaamste groep mee. Het ging lekker en al snel werd ik hier wel blij van. Gewoon volgen en trappen.

Totdat ik eens informeerde waar de route zoal heen ging en hoe ver we gingen. ‘Ach, zo’n kilometer of 90”. Doink! Dat had ik nog nooit gefietst! Een week of twee daarvoor had manlief zijn cyclocrosser lichtelijk omgebouwd met wat andere bandjes en zo. Nooit gedacht natuurlijk dat ik dat leuk zou vinden, maar god, wat was het leuk! Dus ik trapte wat rond in m’n eentje.

De zaterdagmiddaggroep “pilst” elke week af. Ik volgde gehoorzaam. Maar na 90km 1 pilsje drinken en dan nog op de fiets stappen, was een dingetje. Ik zwaaide op tijd af, stond voorzichtig op, probeerde gecontroleerd mijn fiets tussen al die andere en dezelfde ogende fietsen te pakken en hield bewust de fiets nog maar ff aan de hand. Mijn probleem is dat ik in beelden denk en ik zag het al gebeuren dat ik met dat ene biertje in mijn benen, hopla, voor toeziend oog van al die heren net mijn been niet hoog genoeg optilde en neerdonderde. Dat laatste is mij bespaard gebleven.

En zo gebeurde het dus dat ik lid werd. Ik was niet te stoppen. Als ik van de fiets kwam, terug van een ritje, wilde ik eigenlijk alweer opstappen om gewoon weer te gaan. Als ik een wielrenner onderweg in de auto tegenkwam, kwam er een jaloers gevoel in me op : dat wil ik ook! Het leed was geschied: ik was verslaafd, verslaafd aan fietsen.

Ook de trainingen “D’ran met Han” begonnen een begrip te worden. Na een keer informeren, werd het me lichtelijk uit het hoofd gepraat. “Je fietst nog veel te kort om hieraan mee te kunnen doen”. Belachelijk vond ik het. Eigenwijs als ik ben, ging ik een week later mee. Gelukkig zonder hartslagmeter, want doodeng vond ik het om met die snelle manleu mee te gaan. En wat denk je? Dit was nog leuker! Ergens op een lange weg in “treintjes” rijden, zo hard mogelijk. En, ik kon gewoon mee komen!

Ik ben Herlinda, 40 jaar. Moeder van twee rode meiden. Sinds vorig jaar fiets ik graag, heul graag. Daarnaast loop ik ook nog wat hard. Ik woon in de  prachtige Achterhoek en werk als verhuurmakelaar bij een woningcorporatie. 

Dit blog is onderdeel van de schrijfwedstrijd van Stoere Vrouwen Sporten. Naast onze eigen jury is het oordeel van jou – de lezer – ook heel belangrijk voor ons. Laat daarom weten wat je er van vindt. Door een reactie hieronder of op onze Facebookpagina.

suppen in Overijssel

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.