Herlinda: Trainen, trainen, trainen, voor…

vrouwenwielrennen banaan in fietsshirt

Tijdens mijn wekelijkse fietsavond hoor ik om me heen: wat is jouw doel? Waar train je voor? Die vraag komt ook bij mij terecht. Tja, en wat antwoord ik dan? Ik heb geen doel voor ogen, ik heb geen wedstrijd in het verschiet, ik ga geen berg beklimmen voor het goede doel. Nee. Ik fiets…omdat ik het leuk vind. Pffff, da’s een dooddoener, denk ik in mezelf. Het lijkt wel of een doel hebben erbij hoort, hip is.

Vorig jaar ben ik voor het eerst op een racefiets gestapt. Dat op zich is natuurlijk al een prestatie. Daarvoor liep ik hard en hield dat bij op Strava. Handig om te zien hoeveel kilometers van die schoenen waren versleten, leuk om te zien welke rondjes ik huppelde en waar. En dan het leukst als ik er nog een foto bij toevoegde.

 

Kroontjes en bekers op strava

Totdat ik dus op die fiets stapte en ik zag dat ik bekers verdiende. Die had ik bij hardlopen zelden bij elkaar gesprokkeld. Ja, als ik zelf een segment aanmaakte en het eerst erover liep. Maar met fietsen stond ik in een redelijk snelle tijd met enig regelmaat in de top 10. Maar ook het kroontje van QOM kwam regelmatig op mijn hoofd. Ik werd er bloedfanatiek van. Scheet ervan als ik een seconde langzamer was dan een ander. En al helemaal als ik de melding kreeg dat ik de QOM had verloren aan die en die.

De hele winter kriebelde het. Ik wilde mijn niveau vast houden. Maar hoe ik ook trainde, het zakte in elkaar. Door de kou? Door het wintervachtje? Geen idee. Sinds de avonden langer zijn, train ik weer volop met de club. Op dinsdagavond de duurtraining en op donderdag de interval.

 

Hoog, laag, hoog, laag

In de prachtige Achterhoek waar ik woon, hebben we een aantal “bultjes” en pittige stukjes vals plat. Hier worden veelal de trainingen gegeven. Knetterhard er tegenop fietsen en net niet in het rood. Hartslag zo snel mogelijk weer laten zakken, weer een sprintje, hartslag weer naar beneden. Tijdens die “beklimming” vraag ik me toch af waarom ik dit doe. Ik train toch nergens voor, waarom trap ik me dan zo het leplazarus?

Ook trainen we in “treintjes”. Op de vlakke weg achter elkaar fietsen, zo hard mogelijk en maar doordraaien. Dat is echt mijn favoriet. Waarschijnlijk omdat het zo hard gaat en het op een ware koers lijkt. ‘s Avonds op de bank kijk ik via Strava de training terug. Mooi om te zien dat mijn hartslag uit blokjes bestaat. Hoog, laag, hoog, laag. Missie geslaagd. De volgende duurtraining merk ik het verschil.

 

Ploegentijdrit

Het fanatisme zit in me, ook het competitieve. Het lijkt steeds gekker te worden. Dit registreer ik en ik vraag me zelf af: waar train ik voor? Wat is mijn doel? De Stelvio op deze zomer, als we daar dan toch in de buurt zijn met vakantie? Zal ik me dan toch na de zomer met de jonge meiden opgeven voor het NCK ploegentijdrit voor dames? Of gewoon voor de Ronde van ons dorp?

Het enige wat me weerhoudt, is de angst voor het onbekende. Zonde! Dus…zal ik dan toch?? Ik train in ieder geval hard, da’s een feit en da’s fijn!

Dit is de laatste van drie blogs die Herlinda schreef voor onze schrijfwedstrijd. Haar eerste blog ging over de allereerste keer in een peloton fietsen. In haar tweede bijdrage ging ze in op vrouwenvoetbal. Een ontzettend mooie sport, maar wel eentje waar vrijwel geen media aandacht voor is.

 

Fietsarmbandje mintgroen met fietsbedel

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.