Ook dit is het fietsleven van Marijn de Vries

Wie haar volgt op Facebook of Instagram, ziet meestal jaloersmakende foto’s van Marijn de Vries voorbij komen. Strakblauwe luchten, een stralende zon en meestal ook een ultiem blije groep fiets mensen. Je zou bijna denken: het perfecte fietsleven. Bijna… want ook Marijn rijdt wel eens lek…

Ach, vroeger, toen het leven nog zo simpel was dat we altijd samen konden fietsen. Mijn aanstaande en ik. Wat waren we blij met het eigenhandig gecreëerde leven van zelfstandig ondernemer zijn, waardoor we overdag regelmatig op de fiets konden stappen – om dan ‘s avonds wat langer door te werken. Geen baas die ons tegenhield.

 

Samen fietsen, dat komt er nauwelijks meer van

Er is nog steeds geen baas die ons tegenhoudt. Maar wel een baby. Die houdt ons niet tegen om te fietsen natuurlijk, maar samen fietsen, dat komt er nauwelijks meer van. Ja, ik weet het, er zijn prachtige fietskarren en daar kun je al na een paar weken mee op pad – maar eerlijk gezegd vraag ik me af wie ik een plezier doe als ik in de nattigheid en de kou ga fietsen met een baby.

Mezelf in ieder geval niet, en ik kan me ook niet voorstellen dat die kleine veel lol beleeft aan het noodzakelijke aan- en uitkleden – een onderdeel van het leven waar ze sowieso al een behoorlijke hekel aan heeft. Nee, ik wacht wel tot de lente komt voor ik met haar ga fietsen.

>>Fietsen met klikpedalen doe je zo

 

Ongezelligheid is geen bezwaar

Dus wisselen we elkaar af, de aanstaande en ik. Even praktisch als ongezellig. Hoewel, ik heb tijdens mijn wielercarrière zoveel alleen gefietst dat ik ongezelligheid geen bezwaar vind. Een paar uurtjes met je eigen gedachten zijn eigenlijk wel verfrissend. Dus reed ik op een middag, het was éindelijk droog, over een van mijn favoriete weggetjes op de Veluwe. Sneeuwresten in de berm, kletsnat asfalt onder me, maar dat deerde me niet. Ik reed lekker, en als ik zo lekker doorreed, kreeg ik het ook niet koud.

Op dit punt in het verhaal raad je natuurlijk al wat er gebeurde. Juist: PPSSSST. Lekke band. Kak. Kakkerdekak. Ik heb daar zo’n hekel aan in de kou: die band is er bijna niet af te krijgen met vingers die verstijven zo gauw je ze uit de handschoenen haalt, en de warme van je lijf is snel verdreven door alle nattigheid van de straat die inmiddels in je kleren is gaan zitten. Maar er zat niks anders op: afstappen maar en vervangen dat ding.

>>Mountainbiken is mijn koffiedate

 

Reservemateriaal niet op orde

Ik maakte mijn zadeltasje open, haalde er een nieuwe band uit, bandenlichters, een co2-cilindertje en voelde naar het kopje voor dat ding. Zat vast achterin het tasje. Toch? Hoe ik ook tastte: geen kopje. Nee hè. Hoe kon dat nou? Ik heb mijn reservemateriaal doorgaans goed op orde. Waar was dat kopje gebleven? Ik hoefde niet lang na te denken om te constateren dat iemand in ons huishouden – ik wil geen namen noemen, maar de baby was het niet – het kopje uit mijn zadeltasje had gehaald teneinde er zelf zijn voordeel mee te doen in geval van een lekke band.

Toegegeven: door het altijd samen fietsen waren de aanstaande en ik eraan gewend geraakt dat er altijd wel iemand was met het juiste reservemateriaal. En letten we er niet zo op of we allebei wel een compleet setje hadden. Leenden we zo nu en dan spullen van elkaar. Nou ja, hij vooral van mij, dan. Tijdelijk. Hij deed het echt wel terug, zei hij. Maar vergat dat meestal. Of eigenlijk altijd. En zo kwam het dus dat ik daar nu langs de kant van de weg stond, dat het inmiddels begon te schemeren, en dat mijn enige optie was de aanstaande te bellen, hem te vragen de baby uit bed te plukken, in te pakken en mij te komen halen.

>>Herlinda doet mee met het NK ploegentijdrit

 

Blauwbekkend het nieuwe leven overdenken

Ik kon wel janken. Helemaal toen er een wielrenner voorbij kwam die naar me grijnsde, maar hard verder fietste. Serieus: ik weet niet wat jullie doen als je een mederenner langs de kant van de weg ziet staan, maar je vraagt toch altijd op z’n minst even of alles oké is? Ik belde de aanstaande. Gaf hem meteen de schuld van de afwezigheid van het kopje in mijn zadeltas. Zonder enige twijfel trok hij het boetekleed aan – zo is hij ook wel weer – en toog met baby en al richting de plek waar ik gestrand was. Inmiddels was er nog een wielrenner voorbij gekomen, die stug de andere kant op keek en mijn wanhopige ‘hee!’ straal negeerde.

Blauwbekkend stond ik te wachten. Alle tijd om mijn nieuwe leven te overdenken. Te hopen dat een baby uit bed halen om je kleumende aanstaande op te pikken minder zielig is dan het lijkt. Maar vooral te besluiten voortaan áltijd mijn zadeltasje te checken voor vertrek.

-Marijn-

>>Voor het eerst weer op de fiets

Wist je trouwens al dat wij een weekend gaan fietsen samen met Marijn en dat we jou uitnodigen met ons mee te doen? Een weekend lang fietsen dwars door Nederland. Met clinics van Marijn en overnachtingen in een heerlijk hotel. Schrijf je snel in!

2 Comments
  1. Zullen we, vrouwen onder elkaar, even afspreken al-tijd te vragen of het goed gaat, als er iemand langs de weg staat te blauwbekken?

    Op lekke banden kan je je niet kleden…

  2. He bah! zo niet leuk! En wat stom dat voorbijgangers niet eens even vragen als alles okay is!
    Gelukkig dat je aanstaande wou komen den schuld op zich nam, maak het heeel iets minder erg denk ik haha

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.