Waarom mijn favoriete fiets op zolder staat

Als je bedenkt dat Roos zich pas 3,5 jaar wielrenner noemt, is het best heftig om daarbij te bedenken dat ze in die periode al vijf fietsen heeft gekocht. Je zou kunnen zeggen dat ze het aardig te pakken heeft. Haar uitgavepatroon bevestigt dit, ondanks dat drie van de vijf tweedehands waren. Maar Roos, waarom staat je favoriete fiets dan nog op zolder en waarom kun je niet wachten er weer op te klimmen?

Hoewel mijn fietsen over het algemeen netjes in de schuur hangen staat er eentje op zolder. Gepoetst en wel. En die hoeft dus ook niet naar buiten in dit weer met regen, zout en andere viezigheid. Want mijn grote liefde verdient meer dan dat. Mijn grote liefde is mijn mooie witte Scott Foil. Mijn racebak. Mijn snelheidsmonster. Ik ben vorig jaar helemaal naar België gereden om het laatste exemplaar in mijn maat te bemachtigen. En ik weet nog heel goed het eerste ritje dat we maakten en ik een voorproefje kreeg van wat ik in een wedstrijd allemaal met die fiets kan.

 

Leren fietsen

Je zou kunnen denken dat je een racefiets koopt en er dan op kunt fietsen. Als je eenmaal begint blijken er toch nog wel wat haken en ogen aan te zitten (klikken, schakelen, onderhoud, hoeveel bar in mijn bandjes?). En als ik dan nu terugkijk dan was er van echt fietsen drie jaar terug helemaal geen sprake. Ik had toen bijvoorbeeld geen idee dat mijn tweedehands fiets eigenlijk (een maatje of twee) te groot was. Dat de pootjes van mijn bril voor de veiligheid óver het touwtje van m’n helm moeten. Dat de weg van Utrecht naar Amersfoort omhoog loopt (en je dus daarom op de heenweg langzamer gaat). Dat je op half wiel achter iemand kan fietsen – en nog dichter – zonder je ontzettend ongelukkig te voelen.

Wedstrijden leren fietsen deed ik op mijn tweede fiets: een mooie lichte aluminium racer waar ik een jaar eerder al mijn vakantiegeld in had geïnvesteerd. In mijn eerste wedstrijdseizoen begon het me op te vallen dat er toch wel erg veel meiden op dure, strakke, carbon racers rijden in het peloton. Mij leek dat helemaal niet nodig: je moet uiteindelijk toch trappen én dan is er nog de regel: don’t race what you can’t replace!

 

Velominati

Toen ik in de winter van 2015 een derde fiets kocht (een MTB) kreeg ik het virus te pakken. Het staat ook wel bekend als Rule #12 (ken je de regels nog niet? Check de Velominati site of lees de grappige review van hun boek eens).

Over dat laatste punt: gezien mijn partner ook een groeiend aantal fietsen bezit is de limiet denk ik slechts in het budget beperking ten aanzien van nieuwe fietsen en woonruimte…

Toen vorig voorjaar het wedstrijdseizoen weer in aantocht was kreeg ik de kriebels: een mooie carbon racebike moest het worden. Zo eentje waar je al moraal van krijgt door er alleen maar naar te kijken. Wanneer je er op stapt, wéét dat je er echt harder van gaat fietsen. De eerste wedstrijd op die fiets vreselijk (ik vergeef het mezelf nooit als ik hem nu stuk val) en fantastisch tegelijk: wedstrijden op mijn racefiets geeft een ongelooflijke kick.

Deze racefiets heeft een super stijf frame dat voor zorgt dat elke trap raak is. Als ik uit het zadel kom om een sprint te trekken, blijft hij perfect op de weg liggen. Als ik in een afdaling of wedstrijd in volle vaart door een bocht wil, geeft deze fiets mij het vertrouwen om dat nét wat harder te doen dan de mensen om me heen. En als er wind staat en ik diep in de beugels hang, helpt het aero frame me om alle snelheid te behouden.

En nu staat hij dus al sinds begin oktober te wachten tot de zon weer gaat schijnen. Elke keer als ik op zolder kom om mijn schone fietskleren van het wasrek te pakken of een core training te doen, dan staat hij daar. Rustig af te wachten tot we weer samen kunnen knallen. En och, wat heb ik een zin!

Roos

 

Stoere leren armband voor fietsvrouwen